Zero


In de loop der tijd is me verscheidene keren gevraagd hoe het komt dat ik zo veel van auto’s en hun vormgeving weet, terwijl ik zelf nooit zo’n soort vervoermiddel heb gehad en zelfs niet in het bezit ben van een rijbewijs. Men schijnt dat nogal vreemd te vinden, maar het is denk ik wel te verklaren. Als kind slenterde ik iedere dag in een kwartier naar school en legde vele saaie uren later de route in omgekeerde volgorde af. Deze voerde grotendeels door stille, lege straten waarin helemaal niets scheen te gebeuren of te veranderen. Nou ja, af en toe zag je iemand die een hond of kinderwagen uitliet, maar verder heerste er een roerloze rust. Meisjes bestonden in die tijd nog niet en mijn mannelijke leeftijdgenootjes schenen zich voornamelijk bezig te houden met ruwe spelletjes en zo hard mogelijk tegen elkaar schreeuwen, activiteiten die me weinig aanspraken. Dus dwaalde ik meestal in m’n eentje door de straten en keek naar de auto’s. Bewonderde of verafschuwde hun lijnenspel en vroeg me af waarom de ontwerpers bepaalde details zó en niet anders hadden uitgewerkt. En er gebeurde nog eens wat, want ieder jaar kwamen er nieuwe modellen op de markt waar je je het hoofd over kon breken. Of een bestaand model had een ‘facelift’ gekregen en dan kon je je afvragen of deze al of niet een verbetering inhield. Jaren later breidde m’n belangstelling voor vormgeving zich langzaam uit naar andere gebieden zoals huisraad [Dutsj diezajn!] en architectuur, maar ik wil me hier beperken tot auto’s. Daarvan zijn de ontwikkelingskosten torenhoog. Fabrikanten willen dus modellen uitbrengen die een groot publiek aanspreken en aangezien dat grote publiek een conventionele smaak heeft, worden al te drieste vormexperimenten weinig op prijs gesteld. Vormgevers richten zich hiernaar en zullen zich meestal voornamelijk beperken tot het volgen van de heersende mode. In speciale designstudies voor autotentoonstellingen hebben ze meer speelruimte, maar ook daar ziet men zelden iets baanbrekends gebeuren. Maar zoals overal zijn er ook hier uitzonderingen. Zo was in 1970 op de Turijnse autosalon de Lancia Stratos Zero te zien, een conceptstudie van de firma Bertone, ontworpen door de jonge Marcello Gandini. Zo ongeveer alles aan deze auto was anders dan gebruikelijk. Neus, dak en achterkant waren niet afzonderlijk te onderscheiden, alles vormde één geheel. Deuren had hij niet, men stapte in via de voorruit waarbij het stuur naar voren geklapt kon worden om niet in de weg te zitten. Verzonken in de zijkant zaten twee ruitjes waarvan de onderste bijna tot op de vloer doorliep, de motorkap was driehoekig, de hoogte adembenemend laag. Het leek alsof gepoogd was alles wat men zich bij het begrip ‘auto’ voorstelde overhoop te halen. Een soort Rietveldstoel van de autoindustrie. Over of hij mooi of lelijk was wil ik het niet hebben, hij was vooral heel ánders en dus origineel. Ook op het gebruiksgemak – of het gebrek eraan – zal ik geen commentaar leveren. Toen Rietveld verweten werd dat zijn stoel niet comfortabel was zei hij: ‘zitten’ is een werkwoord. Wel, ‘autorijden’ is ook een werkwoord… Op YouTube is de Zero rijdend te zien. Soms bekijk ik het filmpje en verbaas me er over dat het al 41 jaar geleden is dat deze ufo op wielen het levenslicht zag.

5 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *