Terugkeer van uw vakantie vierende hoofdredacteur

Beste Ben,

Driewerf dank. Voor de warme woorden, het plaatsvervangend hoofdredacteurschap en voor de gelegenheid die je me bij deze geeft een en ander over mijn vakantie te vertellen. Om maar met het beantwoorden van je belangrijkste vraag te beginnen: nee, ik ben niet tot rust gekomen. Ik was al tot rust. Ik ben altijd tot rust. Ik ben de rust zelve. Dat weet je toch inmiddels wel, Ben? Het woord ‘evenwichtig’ is uitgevonden om mijn persoonlijkheid te kunnen omschrijven.

Nu ik terug ben, kan ik wel wat specifieker zijn over mijn whereabouts van de afgelopen twee weken. Ik zat op een camping net buiten Gordes, een dramatisch gelegen dorpje in de Luberon, een bergketen ten oosten van Avignon. De Mont Ventoux ligt er ook in de buurt.

Gordes was, volgens een boekje dat mevrouw Molovich had geraadpleegd, het mooiste dorp van Frankrijk. Nu, het was een mooi dorp, maar het mooiste dorp van Frankrijk was het zeker niet. Misschien is het ooit echt het mooiste dorp van Frankrijk geweest, inmiddels voel je echter aan alles dat Gordes vooral zichzelf heel erg mooi vindt. Zo moet je, om een klein voorbeeld te geven, drie euro parkeergeld betalen om daar de hele dag te kunnen parkeren. Je kunt niet voor een uurtje parkeergeld betalen. Zelfs niet voor een halve dag. Het is alles of niets. Terwijl je het hele dorp binnen het uur twee keer kunt hebben gezien. Zelfs met een kind van anderhalf dat in een kinderwagen zit waarmee je de meeste trappen niet kunt betreden, zodat je hem en de kinderwagen apart moet dragen. Ik bedoel maar!

Daar komt bij dat er geen normaal mens meer woont in zo’n dorp. Het is één grote attractie. Iedereen die daar is, is afhankelijk van de toerist. En tegelijkertijd kijken ze op de toerist neer. Waar ik me overigens wel iets bij kan voorstellen. Want die toeristen komen daar dag in dag uit massaal naartoe, blijven een uur of anderhalf, eten en drinken wat, en zijn weer weg om nooit meer terug te komen. Volkomen doelloos als je er even over nadenkt. Ik reed er dagelijks wel een paar keer doorheen, of ging er even boodschappen doen, en vanaf een uur of elf in de ochtend liepen er constant een paar honderd toeristen rond. Het voelde aan als een plaag. Alsof het ongedierte was. Dat liep daar maar rond, een beetje om zich heen kijkend, een beetje half verveeld babbelend, wat boetiekjes in en uitlopend, steunend de trappen op en af lopend, hier een drankje drinkend, daar een liefdeloos gebakken crêpes etend. Ik zou er ook strontziek van worden als dat elke keer maar weer op mijn terrasje ging zitten.

Het dorp met haar bewoners was kortom langzaam maar zeker van een begeerlijke, prachtige vrouw in een chagrijnige hoer veranderd. Maar de camping was prachtig. Het uitzicht was redelijk overweldigend. Ik heb de volle maan zien opkomen, zoals ik ‘m nog nooit heb zien opkomen. In mijn ooghoeken dacht ik dat het een grote, oranje lampion was die roerloos aan een boom hing. Toen ik beter keek dacht ik in eerste instantie dat het de ondergaande zon was, totdat ik de kraters zag en besefte dat het de maan was. Ik had me eigenlijk nooit echt gerealiseerd dat de maan ook in het oosten opkomt en in het westen ten onder gaat.

Op vrijdag de dertiende, wij waren net naar de markt in een of ander naburig dorpje gegaan, klonk er een enorme knal en voelde ik mijn stuur trillen van de dreun die de knal had veroorzaakt. Ik  had duidelijk iets geraakt met de Volvo V50 Station die ik bij AVIS had gehuurd. Al snel kwam ik erachter dat mijn linker buitenspiegel de linker buitenspiegel van een andere auto had geraakt. De spiegel lag er uit, het frame van de spiegel zat gelukkig nog aan de auto vast. Het was m’n eerste ongeval ooit. Ik stopte de auto en bekeek de schade. De andere auto was een witte Renault Twingo. Ik zag dat de vrouw die de auto bestuurde een stuk spiegel van de weg plukte en terug rende. ‘Ze gaat er vandoor’, riep mevrouw Molovich. Haar broer, die een paar dagen op bezoek was, liep er achteraan. En ik liep weer achter hem aan. De vrouw wilde de verzekering er liever buiten laten. Dit kost bij de garage ongeveer 200 euro zei ze, met de verzekering breng je je alleen maar ellende op de hals. Dat is best, zei ik, maar ik heb een huurauto, en ik wil eerst weten wat ik volgens de verhuurders moet doen. Ze gaf me een kaartje, waarop stond dat ze ‘coach physique’ was. Op het kaartje stond een vrouw afgebeeld die, in een grijs-roze fitnesstenue gestoken, je met een stralende glimlach aankeek terwijl ze haar kin op haar knieën drukte. Ik kon haar bellen voor een rendez-vous, voor het geval ze een schadeformulier moest ondertekenen.

Enfin. Volgens de man bij AVIS moest ik, wilde ik kans maken dat de verzekering het terug zou betalen, inderdaad een schadeformulier invullen en die dan ook door haar laten ondertekenen. De verzekering moest dan wel nog zien uit te zoeken wie er schuld had. Aangezien je dat in een dergelijke situatie, op een dergelijk smal weggetje, moeilijk kunt zeggen, heb ik daar vanaf gezien. Ik wist ook niet wie nu meer op wiens weghelft had gezeten. Later bedacht ik me wel dat, aangezien zij meteen wist te vertellen hoeveel de reparatie zou gaan kosten bij de garage, dit niet bepaalt haar eerste ongeval was.

Ik heb het gebarsten spiegeltje, met dank aan een Nederlandse buurman met caravan, met tape vastgeplakt. Het koste iets meer moeite om goed naar achteren te kijken, maar het was prima te doen. Misschien let je zelfs wel beter op als je gedwongen wordt beter op te letten.

Ik moet je ook nog iets vertellen over mijn zoon, die het bijzonder naar zijn zin had. (Hoewel er helemaal geen andere kinderen waren, wat wel jammer was, want hij houdt zo van andere kinderen. Op een kuise manier uiteraard, dat je niet denkt dat mijn zoon pedofiel is Ben, hij is nog maar 20 maanden oud. Maar goed, het was buiten het seizoen, dus er waren op de camping enkel gepensioneerde caravan- en campergangers aanwezig. Ook een apart slag mensen. De man die mij de tape voor mijn spiegel had geleend was dan weer wat jonger. Hij vertelde me, terwijl ik de tape om de spiegel deed, dat hij net weer begonnen was met werken. Hij had namelijk een motorongeval gehad. Op vrij subtiele wijze stak hij zijn linkderbeen iets verder naar voren, zodat ik zijn littekens beter kon zien. Ik had het idee dat hij er graag over verteld had, maar ik ben er verder niet op ingegaan. Ik had het ook niet door op het moment zelf. Ik bedacht me pas later dat hij er waarschijnlijk graag over had gepraat. Maar waar was ik? O ja, mijn zoon.)

Je weet misschien dat mijn zoon van nature een charmeur is. Heel anders dan zijn vader, die een vrij verlegen aard heeft. Ik heb die verlegenheid wel overwonnen, maar een gevoel van schaamte is nooit ver weg. Hoe anders is mijn zoon. Die is voor de duivel z’n zwerende steenpuisten nog niet bang en treedt een ieder even vrolijk en als het even kan luid roepend tegemoet. Nu had ik je wel eens verteld dat mijn zoon wat traag was met spreken. Dat wil zeggen: hij begreep al lange tijd een hoop, maar hij bracht maar weinig klanken voort die in onze orale traditie enige betekenis hebben. Verder dan bal, auto, aap en die (betekenend zijn speentje) was hij tot vlak voor de vakantie niet gekomen. Dat heeft hij ruimschoots ingehaald. Inmiddels zegt hij ook dingen als ijs, koek, bad, kindje en hallo. Maar ook, en daar wilde ik eigenlijk naartoe, bonjour, merci en zelf au revoir. Je moet het weten, maar als je het weet dan is het onmiskenbaar.

En zo kwam het dat wij dagelijks met hem een bakkerij binnen liepen. Hij wist dan dat hij aan het einde van dat bezoek een croissantje kreeg. Dan zei ik ‘bonjour’, dan zei hij ‘bsoe’, dan zei ik ‘merci’, dan zie hij ‘cie’, dan zei ik ‘au revoir’, dan zei hij ‘owa’. En alle Franse aanwezige dames lieten een vertederend ‘ooooah’ ontsnappen. En even was het chagrijnige hoerendorpje Gordes dan weer de wonderschone vrouw die het ooit was. Dankzij mijn zoon.

Mag ik je tot slot complimenteren met de wijze waarop je de honneurs hebt waargenomen?

Een warme groet,

Max

8 responses

  1. Dank je, Max.
    Geef je vrouw en je zoon nog een zoen.
    Je schrijft nog even goed, zie ik wel. Godverdommes!
    Je zult misschien niet teveel kerkhoven bezocht hebben, samen met je vrouw en je zoon.
    Flátsj! Er zijn nog twee stukken die aan mij zijn toevertrouwd (één van Jaap de Paap en één van Spencer). Zal ik die maar aan Nurks toevertrouwen?

  2. Eén begraafplaats bezocht. In Rousillon, een vrij hoog gelegen dorpje met okerkleurige rotsen. Weinig opzienbarende graven gezien. Eén kan ik me herinneren. Daar stond de afbeelding van de begrafene op: een man met een geweer over zijn schouder. Het was een vrij eigenaardige foto. Het soort foto dat je doet afvragen of er dan echt geen betere foto van hem gemaakt was. Vast wel, dacht ik. Maar dan waarschijnlijk zonder geweer. Dus moet dat geweer een bijzondere betekenis voor hem hebben gehad. Maar welke, Ben. Welke?

  3. Ja, dat had ikzelf ook al gedacht. Dat stukje van Spencer had hij overigens naar mij gestuurd als Webarchive, en dat kon ik niet openen, want Webarchive is een soort apart dingetje van Safari (en dat is van Apple). Maar toen heb ik Safari 5 op mijn computer geïnstalleerd, en toen kreeg ik het stukje meteen binnen.
    Dat geweer zal wel een jachtgeweer zijn geweest: de man moet een hartstochtelijk jager zijn geweest. Zo hartstochtelijk misschien dat hij zichzelf, in zijn ziekste jaren en met de kanker in zijn kop, met dat geweer heeft doodgeschoten.

  4. Haha, hoerendorp – deed me denken aan dat album van Asterix, De (Romeinse) Lusthof. Dat de Romeinen dus een Lusthof hebben gebouwd in de buurt van het pittoreske en authentieke dorpje van Asterix. Zie je dus die Romeinse dames, met mandjes aan de arm, als levende Fremdkorpers, uit winkelen gaan in dat dorp waarvan de economie en de sociale cohesie gelijk verstoord raakt. Maar nu zijn we alweer 2000 jaar verder.
    Een klegaatje vamme vertelde dat haar ‘kleine’ heel schattig steeds ‘ooievaar’ zei, bij wijze van fonetisch ‘Au revoir’ in Frankrijk. Vond ik leuk. Totdat ik hoorde dat dus elke Nederlandse kleuter zo leuk met dat ooievaar uit de hoek komt daar.

  5. Leuk dat je dat zegt. Als ik op vakantie ben, krijg ik altijd ontzettende zin om Asterix & Obelix te lezen. Het klopt ook altijd zo goed. Qua mensen, bedoel ik dan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *