Stijloefeningen (72) – Western

Een stofwolk ontneemt het zicht op de wegrijdende postkoets, die mij net heeft afgezet voor het station van dit door god verlaten prairydorp. Een tumbleweed tuimelt over het zanderige plein. Het bord van de verlaten saloon piept in de wind die me voortjaagt naar de Public Library. Het geluid van een lucifer die wordt afgestreken. Knetterend tabak. Van onder hoeden word ik gadegeslagen. Als blikken konden doden had ik nu een kogel of tien in m’n donder gehad. Ik ben op zoek naar een exemplaar van Stijloefeningen van Ray ‘Mad Dog’ McQuno. Ik zoek het al een week of wat, zonder succes. Mijn tocht zet zich voort over een loopplank met aan weerszijden de baringsweeën van een stad in wording. Wat men hier wil, het is me een raadsel.

Voor de Public Library. In de verte hinnikt een paard. In een hoek speelt een man mondharmonica. Ik klop het stof van mijn hoed, maar vlak voordat ik naar binnen ga, houdt een dame me staande. Haar hoepeljurk stuwt een lelieblanke boezem omhoog. Gitzwart haar, hoog opgestoken, een enkele krul accentueert haar porceleinblanke gezichtje. Ik hoor engelengezang als zij met een Frans accent vraagt of dit het postkantoor is. Once upon a time stond hier inderdaad een postkantoor. Ze haalt een vergeelde briefkaart uit haar reistas. Achter haar probeert een man weg te komen op zijn paard. Het gaat wat moeizaam omdat hij zijn paard om onduidelijke redenen achteruit laat lopen. De vrouw kijkt om terwijl ik haar uitleg dat het postkantoor inmiddels elders te vinden is. Ze glimlacht naar me. Verontschuldigend. Lang gerekte mondharmonicatonen begeleiden het wegrennen van de vrouw.

Binnen in de Library. De hoedrand van een sombrero vibreert zachtjes door het gesnurk van de eronder slapende Mexicaan. Een man snijdt een punt aan een stuk hout. Ik zoek bij de M van McQuno. Er zijn aardig wat boeken van ’m aanwezig, maar Stijloefeningen ontbreekt. Damn. Ik ga naar de kaartenbak. Volgens de kaartenbak is het boek wel degelijk daar waar het moet liggen. Ik vraag aan een cowboy die hier werkt of hij begrijpt hoe het zit. De bastaard zoekt mee, maar vindt niks. Hij raadt me aan om een telegram naar het Magazijn te sturen. Die hebben waarschijnlijk nog wel een exemplaar liggen.

Vijftien dagen later krijg ik een telegram terug. Ik citeer het in z’n geheel: ‘Stijloefeningen is aanwezig. Stop. Op de tweede verdieping van de Public Library. Stop. Einde bericht. Stop.’ Ik knal de gringo die mij deze ‘driesterrentip’ gaf overhoop, steel het eerste het beste paard dat ik zie en ren weg op het ritme van de wind de horizon tegemoet. Ik ben nog ver, zeer ver weg van huis, als ik bij een Chinees op een klein pleintje met een enkele boom in het midden cowboylaarsjes voor mijn zoon koop. In de verte huilt een coyote.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *