Stijloefeningen (67) – Jules Deelder

Kijk… daaro dan… aan de overkant… wat daar uit dat bussie komp stappe? Zie je da, da ongewasse baardkonijn achter da gifgroene babykarretje? Max Molovich… ja hoor, het is ’m… met z’n graftakkesmoelwerk… onmiskenbaar… looptlekker de pleurisintellectueel uit te hange… op zoek naar Stijloefeningen, van dat Franse brilapie Raymundo Queneau. Kijk ’m dan lope joh, die Molofiets, alsof de duivel um op de hiele zit, over dat winderige pokkestationsplein van dat pleurisamsterdam… Blij da’k daar nie loop zeg… godsallemachtug, moet je kijke joh, wat een tyfuszooi, moet je zien, al die bouwputten… Amsterdam is één grote gapende wond die aan de rande begin te ettere… het pus loopturuit… Toen Rotterdam was platgebombardeerd lag het er een stuk mooier bij durf ik hiero te beweren en anders mag ik ter plekke dood neer valle.

En daaro? Wat komp daaro nou weer aan waggele als een gemankeerde eend die d’r kindere zojuist onder een auto heb zien verdwijne? Met d’r froufroukrulletjes… en die zinksnijder van d’r? Als de zon schijnt, kun je daaronder een hele Mexicaanse familie in de schaduw late slape. Hebbu geen sombrero meer nodig. Godsalmekrake, krijg ie daaro effe de pleuris van van dat wijf? Waar of dat het postkantoor is? Ja, niet hier, stomme zeug met je plaat voor je harses en je stront in je oge… Staat in koeieletters BIBLIOTHEEK op die gevel te leze. Ken me nie verrotte da je Frans ben. En wat doet die Molovich, die slappe zak met die bak stro onder z’n kin? Looptie aan d’r voorbij, zoals ut een echte man betaamp? Nee, natuurlijk niet, je ken er je kapotte klokkie op gelijk zette, hij antwoordt beleef terug, want o, meneer zou es iemand voor de tere scheentjes trappe. Behaagzieke toekan die het is. Nee, alsof dit zin heb. Moet je zien joh, terwijl Onze Immer Bereidwillige Hulpverlenert Met Z’n Geitenwollensokkensandalen haar uitleg dat ze op de Raadhuisstraat weze moet, rent ze als de eerste de beste natgeregende pleurispoedel achter een Renault 21 aan. Daar kun je op wachte natuurlijk. Die Fransen, zo betrouwbaar als een Oost-Europees broodrooster uit negentiendrieëntaggetig.

En daar weze we dan hoor, in da Pleuriswalhalla der Boeken. Bij de Q van Qutquneau. Maar wat denk je? In geen velde noch wege te bekenne dat Tyfusstijloefeningen. En wat doe je dan als verstandig mens zijnde, dan pleur je de hort op. Zo niet Molovich, die gaat daar effe als de achterlijke randmongool die hij is, eerst nog uitgebreid bij de zogehete belendende letters naar het boekie zoeke en daarna op de computert. En wat ziet onze Sherlock Holmes dan? Het boek is er dus wel. Ja, heus! Kijk ‘m eens glundere! Met z’n pimpelpaarse alcoholistegok! Daar ken je een complete Spaanse zilvervloot mee op de klippe doen lope, met die glunderende gok van um. Zie um daaro eens stappe naar die Perzische boekenautist die daar achter z’n computertje zit alsof die tent van hem is. Die laat wel es effe zien hoe dat moet, boekies zoeke. Maar niks hoor. Dat boekie schittert door afwezigheid als de zon in de nach. Moet ie effe een mailtje naar het magazijn sture, zeg die Oosterse verrassing. Ja dank je de koekoek. Alsof dat ook maar ene pleurismoer uitmaak. Alsof die bleke kelderleptosomen van het magazijn wel een exemplaar hebbe. Maar wat denk je dat die uit z’n bek meurende garnaal van een Molofiets doet? Die stuurt een mailtje. Ken je weer op wachte natuurlijk. Kwartiertje de vochtplekken in het plafon telln. Mailtje terug. Wat denk je? Volgens de hoge heren van het boekenmagazijn leg dat hele Cholerastijloefeningen gewoon waar het hoor te leggen. Op de tweede etazie dus. Waar die doorgekookte kweepeer al de godganse dag aan het zoeke is totdat ie een ons weeg.

En kijk dan, daaro, op het Bos en Lommerplein, je wil er toch niet dood gevonden worden? Koop die zaadstraal babyschoentjes voor dat zoontje van ‘m. Hij heb een goed hart hoor. Het moes alleen gekook op zu rug hange, laag genoeg da de honde erbij kenne.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *