Stijloefeningen (66) – Dialoog

- Wat zoek je?
– Hoe bedoel je: wat zoek je?
– Nou gewoon, hoe ik het zeg: wat zoek je? Zo’n moeilijke vraag is dat toch niet?
– Hoe weet je dat ik wat zoek?
– Ik zie het aan je kop. Aan de manier waarop je die bus uitstapte en die kinderwagen voortduwde. Door weer en wind. Vastberaden, maar toch vol twijfel.
– Tjonge, dat je dat er allemaal in leest. Nu ja, goed dan. Ik ben op zoek naar Stijloefeningen van Raymond Queneau. Ben ik eigenlijk al weken naar op zoek. Heb jij het?
– Nee, helaas. Probeer de bibliotheek.
– Waar dacht je dat ik naar op weg was?
– Ah. Excuus. Ik was even vergeten dat de bibliotheek tegenwoordig aan het IJ ligt. Wat een chaos hier trouwens, hè. Het lijkt verdomme wel alsof hier een oorlog heeft gewoed.
– Je bedoelt al die bouwputten? Ja, je zou ze de kost moeten geven, dat gemeentebestuur dat zo nodig alles overhoop moet halen om zijn of haar naam terug te zien op een straatbordje.

– Wat wilde die vrouw? Ik dacht: ik hou me even afzijdig. Ze was niet Nederlands hè? Dat hoorde ik nog wel.
– Nee, ze was Frans. En ze wilde weten of dit het postkantoor was.
– Dat is het niet.
– Nee, dat weet m’n reet ook wel.
– Nou nou, dat is nog geen reden om grof te worden.
– Dat maak ik zelf wel uit.
– Toe maar. Agressief hoor. In mijn tijd waren we…
– ‘In mijn tijd, in mijn tijd…’ Dat is ook mijn tijd, meneertje. Want jij bent mij. Ik ben hier dit stompzinnige dialoogje in mezelf aan het voeren. Een dialogue intérieur, heet dat volgens mij.
– Was dat echt nodig?
– Was wat echt nodig?
– Dat weet je best, want jij bent mij.
– Dat stukje ‘zelfbewustheid’ van deze tekst, bedoel je? Dat ik verraad dat jij en ik één en dezelfde zijn?
– Ja, natuurlijk bedoelde ik dat. Jij bent toch mij, je weet toch precies wat ik wil zeggen?
– Pas als ik het opschrijf. Daarvoor denk ik het zo’n beetje, maar is het nog niet concreet. Zo’n dialoog als deze is er om gedachten concreet te maken. Je bent als het ware je eigen Socrates.
– Ontzettende zak was dat, volgens mij.
– Volgens mij ook.
– Da’s logisch. Want jij en ik…
– Heeft dit nu nog zin?
– Wat?
– Deze so called dialoog.
– Ik begrijp wat je bedoelt. We moeten nog door het een en ander heen. Ik stuur de vrouw naar de Raadhuisstraat, de vrouw hoort mij niet want rent weg naar een achteruit rijdende Renault. Et cetera.
– Dan ben je binnen. Zoek je naar Stijloefeningen. Vind je die niet. Kijk je op de computer. Daar staat dat het gewoon aanwezig is. Loop je naar de medewerker. Die zoekt mee. Vindt ook niets. Zegt dat je het magazijn moet mailen. Dat doe je. Je wacht een kwartiertje. Je krijgt een mail terug waarin staat dat het boek gewoon op de juiste plek ligt.
– Waar ik net ik-weet-niet-hoe-lang heb lopen zoeken.
– Precies. En dan ga je, vlak voordat je thuis bent, bij een babywinkel naar binnen en dan vind je de perfecte babyschoentjes voor je zoon.
– Nou ja, perfecte… perfecte… Het zijn prima babyschoentjes, daar niet van…
– Je moet toch een beetje overdrijven? Het moet wel leuk blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *