Stijloefeningen (64) – Leon de Winter

De wind en de regen deden hun verwoestende werk toen ik, met voor mij in zijn kinderwagen onze slapende zoon, onze lieve, dappere Moos, de bus uitstapte. De donkere wolken die boven Amsterdam samenpakten, weerspiegelden de moeilijke tijd waarin onze samenleving zich op dat moment in de tijd en ruimte bevond. Hoe anders is het nu ik dit schrijf? Vanochtend is tot ons gekomen, het stralende nieuws dat Osama bin Laden, die nare, akelige Osama bin Laden door dat geweldige Amerikaanse leger, die weergaloze goede kracht, dwars door het hoofd is geschoten en gestopt is met ademen. Hoe futiel lijkt mijn zoektocht van enige weken geleden, naar Stijloefeningen, van die Franse bloem, die o zo zachtaardige, naïeve Raymond Queneau? En hoe futiel is nu de verachting die ik destijds voelde, het gevoel in de steek gelaten te zijn, toen ik met mijn slapende zoon langs de kille bouwputten van het ooit door mij geliefde Amsterdam wandelde op weg naar de Openbare Bibliotheek, dat linkse bolwerk waar de subsidiekraan dag en nacht open staat?

Het doet er allemaal niet meer toe. Want dit is de dag dat de jacht van die lieve, dappere Texaanse geweldenaar George W. Bush, na tien angstige jaren eindelijk ten einde is. De zon breekt door. De wolken verdwijnen. Het Kwaad is niet meer. Hoe ver lijkt nu deze dag? De wind speelde angstaanjagende tonen op het orgel en begeleidde de duistere gang van een vrouw die mij, argeloze liefhebber van de kunsten, in haar web ving en vroeg, terwijl haar zwarte krulhaar op haar hoofd kronkelde, of dit het postkantoor was. Had ik hier met een moeselvrouw te maken die mij het IJ in wilde schuiven? Ik wist niet wat te doen en antwoordde haar, naar waarheid (weer zo’n ingewikkeld begrip), dat het postkantoor niet meer hier stond. En toen, achter haar, een grijze auto… In een flits wist ik dat het goed mis was. De vrouw deed haar hand in haar binnenzak en ik – naïeve ik – rende voor mijn heilige leven en dat van mijn slapende zoon. Wij ontkwamen. Toen leek het dat jullie zouden winnen dichterbij dan ooit. Maar weet dat onze adem langer is, weet dat wij het leven vereren zoals jullie de dood – en het leven, dat heeft de toekomst, zoals nu gelukkig weer eens blijkt – o vreugde, o duizelingwekkende vreugde.

En het was met een vreemde mengeling van angst en opluchting dat ik bij de Q van Queneau op zoek ging naar Stijloefeningen en deze niet vond. En dat ik het boek ook niet vond bij de daarnaast gelegen letters. En dat ik toen, o vreemde vastberadendheid, in de computer keek en daar zag dat Osama bin Laden wel degelijk aanwezig was. En ik vroeg raad aan Pakistan om mee te zoeken. En de bibliothecaris hielp mee, maar vond niks. Zodat ik weer met lege handen stond. En hij zei dat ik een mailtje naar het magazijn moest sturen. Dat deed ik, o onnozele hals die ik ben, en een kwartier later ontving ik een mail dat Stijloefeningen daar lag waar hij moest liggen. Een intense teleurstelling overspoelde mijn toch al zware gemoed. En weer voelde ik mij in de steek gelaten door het land dat ik ooit zo liefhad, door de stad die ik ooit zo beminde.

Een klein uur later stond ik op het Bos en Lommerplein. De lucht was geklaard, de zon was gaan schijnen. Ik realiseerde het toen nog niet, maar nu weet ik dat het de hoop was die er gloorde toen ik die  babyschoentjes kocht.

6 responses

  1. Je moet wel een grote hekel hebben aan Leon de Winters geschrijf. Heb ik ook, hoor. Het spat van je stukje af.
    Wat in zijn stijl opvalt, is dat hij zonder schromen uitdrukkingen gebruikt die door andere, gematigder en verstandiger schrijvers alleen in ironische zin zouden worden gebruikt. Dat heb je mooi opgepikt. Het maakt zijn stijl ook ouderwets, jaren dertig.

  2. Ik heb 1 keer Hoffmans Honger geprobeerd te lezen. Verschrikkelijk pompeus proza. Maar dat is niet mijn inspiratiebron geweest voor dit stukje. Ik heb nogal een geschiedenis als De Winter-persifleur. Dat komt vooral door Leon de Winters optreden in Zomergasten, waarin hij vertelde over zijn bezoek aan Amerika en dat hij in San Francisco een show van de luchtmacht bijwoont en zich realiseert dat een leger dat zoiets moois kan laten zien, niet fout kan zijn. ‘Dit is een goede kracht’, vertelde hij, zonder greintje ironie.

    Later kwam Panzerfausts Willem Bever met het volgende fragment op de proppen zetten: http://www.youtube.com/watch?v=bHy2LlyzX34
    Willem Bever introduceert daar de naam emopornograaf. Een uitstekende classificatie. Ik zou zelf bijna van emoterrorist willen spreken. Maar emopornograaf is beter. Martin Simek, dat is een emoterrorist. Goed dat ik er op kom, die moet ik ook nog doen.

  3. Ik ken geen boeken van Leon de Winter, al heb ik er wel twee in huis. Ik ken hem alleen van één column die hij schreef in Elsevier. Dat was genoeg, ik wist voldoende. Die man gaat stilistisch in tegen alles wat ik voor goed en fatsoenlijk Nederlands houd.
    Wat een prachtige nieuwjaarswens!

  4. Dat is inderdaad een erg mooi, kwaad stukje van Nico Dijkshoorn. Toch is jouw stukje nog beter, want daarin zég je niet, maar laat je zíen wat er fout is aan De Winter. Dat is altijd koninklijker.
    Het lijkt me wel duidelijk dat het zeer moeilijk is om iets te doen met Gerard Reve. (Of met Multatuli!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *