Stijloefeningen (63) – Voetbalanalisten (2)

Wilfred Genee: René, we beginnen zoals altijd met jou. Is je nog wat opgevallen?

René van der Gijp: Jaaa, wat kan ik zeggen? Ik heb genoten. Tenminste, van het eerste half uur. Echt. Heb ik op het puntje van m’n stoel gezeten. Of niet dan, ja toch? Hansie? Hè? Ik bedoel, hoe die gozer alleen al die bus uitstapt. Zo vanzelfsprekend. Alsof het niks kost. En hoe hij dan die kinderwagen over dat plein rijdt. Dwars door dat kloteweer heen. Hij laat iedereen staan. Dat is echt wereldklasse, of niet dan Hansie?

Hans Kraay Jr: Ben ik met je eens. Als je dit ziet, hoe Molovich over die plank loopt richting de bibliotheek om, wat was het, Stijloefeningen van Queneau te…

Johan Derksen: Ik vond het drie keer niks. Ik bedoel, hoe hij die vrouw te woord staat…

Hans Kraay Jr: Mag ik misschien uitpraten?

Johan Derksen: Alleen als je iets te zeggen hebt.

Hans Kraay Jr: Wat betekent dat nu weer?

Johan Derksen: Dat lijkt me niet zo ingewikkeld.

Hans Kraay Jr: Nou ja. Wat is dit nu? Ik wil gewoon wat zeggen en ik ben nog maar net begonnen of jij begint er doorheen te tetteren dat je die vrouw niks vindt. Wilfred, zeg er eens wat van.

Wilfred Genee: Ik zou niet durven.

Johan Derksen: Hij moet aan z’n carrière denken, Hans. Dat moet jou toch bekend voorkomen.

Hans Kraay Jr: En wat betekent dat nu weer? Ik heb hier echt schoon genoeg van. Ik hoef maar m’n bek open te trekken of die sigaren paffende hangsnor begint op me te vitten. René, zeg jij er wat van.

René van der Gijp: Wat zal ik zeggen, Hansie. Je reageert wel een beetje op je teentjes getrapt. Ik bedoel, we weten dat je tenen zo lang zijn dat je er hiervandaan de Toren van Pisa mee kan beklimmen, maar dit…

Hans Kraay Jr: Begin jij nu ook al? Begin jij nu ook al?

René van der Gijp: Ik begin helemaal niks. Ik wil gewoon een beetje praten over dat schitterende eerste half uur. Hoe hij die vrouw te woord staat die denkt dat ze voor het postkantoor staat. Dat is gewoon van grote klasse.

Johan Derksen: Vond je dat echt? Het was toch ronduit knullig.

Hans Kraay Jr: Knullig? Die vrouw vraagt naar een postkantoor dat er al lang niet meer staat, laat vervolgens een briefje zien en als Molovich haar het juiste adres geeft, rent ze weg omdat ze bang is dat haar man of wie het ook was wegrijdt. Wat had jij gedaan?

Johan Derksen: Ik was gewoon doorgelopen. Had die vrouw genegeerd. Meteen naar de tweede verdieping gegaan om er achter te komen dat het boek niet aanwezig was, waarna ik meteen het pand zou hebben verlaten.

René van der Gijp: Ja maar, kom op nou Johan, je kunt het Molovich toch niet kwalijk nemen dat ie het onderste  uit de kan haalt. Hij was er nu toch. Dan is het toch niet zo gek dat ie op de computer gaat kijken waar dat boekie precies staat. En als het boek er volgens de computer is, dan is het toch ook niet zo gek dat ie het nog een keer probeert. Samen met iemand die daar werkt nota bene, ik bedoel, ja, dat kun je ’m toch niet kwalijk nemen? Zo is het toch?

Johan Derksen: Ik neem ’m ook niks kwalijk, ik zeg alleen dat ik al die moeite niet zou hebben gedaan. Ik zou al veel eerder m’n conlusies hebben getrokken.

Hans Kraay Jr: O ja. De Grote Johan Derksen had het allemaal veel beter gedaan. Het valt me nog mee dat je niet zegt dat jij eerst met de bibliotheek zou hebben gebeld om te controleren of ze het boek hebben.

Johan Derksen: Dat zou ik inderdaad hebben gedaan en dan zou ik vervolgens naar de bibliotheek zijn gegaan, want als je had opgelet, Hans, en als je dan het vermogen had gehad om die schamele hersencellen van je in werking te zetten, dan had je begrepen dat het boek volgens de bibliotheek gewoon aanwezig was.

Wilfred Genee: Precies. En in dat kader is het toch niet zo gek dat Molovich het nog een keer probeert en ook nog, op aanraden van de medewerker, met het magazijn mailt in de hoop het exemplaar alsnog te bemachtigen?

Johan Derksen: Nee, dat is niet gek. Maar het is wel verspilde moeite. Het antwoord van het magazijn liet zich raden. Natuurlijk mailden die dat het boek gewoon op de juiste plaats ligt. Want zo staat het in de computers. Molovich had op z’n ogen moeten vertrouwen. Als er niks mis is met je ogen, moet je altijd op je ogen vertrouwen.

Wilfred Genee: Kijk eens aan, een wijze les. Was dat helemaal gratis, Johan?

Johan Derksen: Gratis en voor niks.

Wilfred Genee: Dat we dat nog mogen meemaken.

Johan Derksen: Begin jij nu ook al bijdehand te doen?

Wilfred Genee: Ik zou niet durven. Wat vinden we ervan dat Molovich vervolgens terug gaat en dan op het Bos en Lommerplein babyschoentjes voor z’n zoontje vindt? René?

René van der Gijp: Hè? Wat? Sorry, ik zat even ergens anders.

Hans Kraay Jr: Zat je weer aan een paar lekkere wijven te denken?

Johan Derksen: Niet iedereen heeft het geestelijk vermogen van een holbewoner, Hans.

Hans Kraay Jr: Daar gaan we weer.

Johan Derksen: Zo vaak als mogelijk, Hans, zo vaak als mogelijk.

One response

  1. Ik doe niet meer aan complimenten, dat is te makkelijk. Maar nog wel een suggestie: how about een postmoderne deconstructie van de anekdote? Beetje Foucault en zo, Lacan erbij en hop klaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *