Een gelukkig mens

Bas Harskamp is een gelukkig mens. Zoals bijna iedereen die er in geslaagd is zijn of haar hobby tot beroep te maken. Bas exporteert weidestreuvels.
Reeds op zeer jonge leeftijd werd hij gegrepen door de weidestreuvel, een fascinatie die tot op de dag van vandaag voortduurt. Volgens eigen zeggen was Bas toen hij voor de allereerste keer geconfronteerd werd met de aanblik van een weidestreuvel ‘meteen verkocht’. Hij weet zelf ook niet waar het ’m precies in zit. Niet in een of ander specifiek detail in ieder geval, het is meer het geheel: de alomvattende weidestreuvelachtigheid van de weidestreuvel, het totaalconcept van de weidestreuvel. In al zijn facetten.

En je bent volgens Bas nooit ‘klaar’ met de weidestreuvel, zijn complexe aard stelt je iedere keer weer voor verrassingen. Zo denken veel mensen dat de weidestreuvel eieren legt. Een begrijpelijke misvatting gezien de witte kleur en de eivorm van zijn uitwerpselen. Maar in werkelijkheid lijkt de weidestreuvel nog het meest op een buideldier, hoewel er ook plantaardige kenmerken zijn aan te wijzen. De wetenschap is er dan ook nog niet in geslaagd de weidestreuvel definitief onder te brengen in een van de bestaande categorieën. Want hoe gaat dat?
De ene specialist meent afdoende argumenten te kunnen aandragen om de weidestreuvel als buideldier te classificeren, een ander zoekt het meer in de richting van het plantenrijk, een derde ziet meer in het in het leven roepen van een geheel afzonderlijke soort, en voor je het weet ben je dan weer jaren verder… Bas kan het niet veel schelen en droomt zijn eigen dromen. Tot dusver hàndelt hij alleen maar in weidestreuvels, maar hij zou z’n betrokkenheid bij het onderwerp graag uitbreiden tot het zelf kwéken van zijn geliefde schepsels. Zèlf eind april, begin mei de wei in om ze in te snoeren, zèlf brazen in juni.. Zijn ogen lichten op als hij er over praat…

Maar het opzetten van een weidestreuvelkwekerij is nog een hele klus, zoiets gaat niet van de ene dag op de andere. Dat begint al met de grond. Die moet precies de juiste samenstelling hebben, namelijk 45 procent rivierklei, 20 procent zand en 35 procent kalk. Bij de geringste afwijking van deze verhouding gaat de weidestreuvel namelijk over tot een zogeheten ‘grondweigering’. Deze bestaat er uit dat de getroffen weidestreuvel op zijn achterpoten gaat staan en door middel van heftige vliegbewegingen probeert de afstand tussen de verkeerde grond en zichzelf zo groot mogelijk te maken. Hij kan echter niet vliegen omdat hij geen vleugels heeft, maar weigert hardnekkig zich bij dit feit neer te leggen en blijft net zo lang proberen van de grond los te komen tot hij van uitputting sterft.

Nee, een grondweigerende weidestreuvel is geen prettig gezicht, maar desondanks is Bas vol goede moed en belooft hij dat hij ons op de hoogte zal houden. Als we vertrekken krijgen we van hem een stuk weidestreuvelpaté in de handen gedrukt. Uit de diepvries. Na het ontdooien dezelfde dag opeten want het bederft snel. Ook weer zo’n apart aspect van de weidestreuvel…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *