Stijloefeningen (51) – Jeroen Krabbé

Op het stationsplein stap ik de bus uit. Heb ik al jaren niet meer in gezeten, in de bus. De mensen doen hun best om niet naar me te kijken. Maar allemaal kijken ze toch. Stiekem. Ik hoor ze fluisteren. ‘Kijk, daar gaat Jeroen Krabbé. De grote acteur/regisseur/schilder.’ Terwijl, wat doe ik nu eigenlijk? Zoveel stelt het niet voor. Heel weinig mensen kunnen wat ik kan, maar voor mij is het zo doodnormaal dat ik me echt niet anders voel dan anderen. Ik had het er laatst nog met Barbra (Streisand, red.) over. ‘Jij bent zo ontzettend jezelf gebleven,’ zei ze tegen mij, ‘terwijl je een van de grootste acteurs ter wereld bent.’ Allemaal maar gekkigheid natuurlijk, want wie kun je anders blijven dan jezelf? Maar goed, u vraagt zich natuurlijk af wat ik op het plein van Centraal Station doe. Wel, ik ben op weg naar de Openbare Bibliotheek om Stijloefeningen van Raymond (Queneau, red.) te lenen, in de bewerking van Rudy (Kousbroek, red.). Ontzettend leuke man was dat trouwens, Raymond. In 1976 was er heel even sprake dat Stijloefeningen verfilmd zou worden. Raymond had mij zelf aan de producent voorgesteld, op aanraden van François (Truffaut, red.) dat ik de verteller zou spelen. Uiteindelijk is het niet doorgegaan omdat Raymond een week later overleed, maar ik heb een ontzettend leuk gesprek met ’m gehad. Hele aardige, toegankelijke man. Ik ben zelfs nog op z’n begrafenis geweest. Vond z’n familie een ontzettende eer, dat ik helemaal daarheen gekomen was.

Vlak voordat ik de bibliotheek in ga, word ik aangeschoten door een vrouw. In het Engels met een Frans accent vraagt ze me of dit het postkantoor is. Ik vertel haar dat dit de bibliotheek is. We moeten hier allebei ontzettend om lachen. En dan ziet ze het: ‘Aren’t you that famous actor/director/painter,’ zegt ze. Ik lach, een tikje verlegen. Ook al gebeurt me dit elke dag wel een paar keer, ik kan er maar niet aan wennen. Heel gek is dat. Ik moet denken aan de keer dat George (Clooney, red.) ten tijde van de opnames van Ocean’s Twelve mij vroeg waar het postkantoor was en ik heel uitgebreid een routebeschrijving gaf, om er twee dagen later achter te komen dat hij een brief naar mij ging posten waarin hij mij uitgebreid bedankte voor de Indische rijsttafel die ik had gemaakt. George durfde de brief niet zelf te overhandigen, de schat.

Boven zoek ik naar de boeken van Raymond, maar ik kan ze niet vinden. Wel veel boeken van Gerard (Reve, red.). De Vierde Man staat er ook bij. Een van de exemplaren is met een cover waarop verwezen wordt naar de film van Paul (Verhoeven, red.) met Thom (Hoffman, red.) en mij. Ik kijk naar m’n eigen, bezwete hoofd. De angst staat in mijn ogen. Ik raak er zelf bijna door bedwelmd. Ongelooflijk, wat een portret. Zo jong was ik toen nog. Ik zou bijna verliefd op mezelf worden. Als ik uit de bedwelming ben, ga ik naar de computer. Volgens de online catalogus moet ik bij de Q kijken. Ik besluit de hulp in te roepen van een medewerker die bijna flauw valt als hij ziet dat ik het ben. ‘Meneer Krabbé,’ zegt hij, ‘wat een ongelofelijke eer u te mogen helpen.’ Ik lach het compliment verlegen weg. Maar de jongen blijft maar zeggen wat voor groot fan hij van mij is. En dat hij The Discovery of Heaven veel beter vindt dan het boek van Harry (Mulisch, red.). Ik zeg dat hij overdrijft, maar hij wil van geen relativering weten. Enfin, Stijloefeningen ligt niet op de juiste plek. De medewerker vertelt me dat ik een mailtje naar het magazijn moet sturen. Die hebben nog wel een exemplaar. Dat doe ik. Om een kwartier later een mailtje terug te krijgen waarin, naast de gebruikelijke complimenten omtrent mijn acteur-regisseur-schilderschap, gemeld wordt dat het boek op de tweede verdieping ligt. Waar ik net de hele tijd heb gekeken, dus. Ik moet hier ontzettend hard om lachen. Ik heb er nu al zin in om straks het hele verhaal aan Richard (Gere, red.) te vertellen. Die is dol op dit soort verhalen.

Op het Bos en Lommerplein koop ik babyschoentjes voor m’n zoon Jacob (Krabbé’s jongste die momenteel een jaar of 28 oud is, red.).

9 responses

  1. Ik kan de eerstkomende dagen geen losse voornaam horen zonder te denken “(-achternaam-, red.)”. Dank voor het toevoegen van deze dimensie aan de werkelijkheid :-)

  2. Wij als Hollander (in Duitsland, red.) kunnen dit ook wel waarderen, hoewel wij het thema herkennen uit eerdere publicaties van Max (Molovich, red.).

  3. Prachtig stukje Max. Maar het is Barbra, niet Barbara. Dat krijg je, als je beroemd bent schijnbaar. Dan verlies je een klinker of medeklinker along the way. Wist je dat Jeroen Krabbe tegenwoordig zichzelf voorstel als Jroen Krbbe?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *