Stijloefeningen (30) – Harry Mulisch

Om exact 12 uur Nederlandse tijd stap ik op het Centraal Stationsplein uit bus 21 (12 plus 21 is 33, de leeftijd dat Jezus werd gekruisigd. Voor mij ligt Mijn Zoon in zijn wagentje te slapen. Zonder zonden.) Zoals u weet ben ik zelf nog niet zo lang geleden gestorven, en toch loop ik hier. Het wonder van de literatuur. De mensen wijken uiteen terwijl ik over het plein loop. Rondom het plein wordt er druk gebouwd. Het regent en het waait. Ik ben op weg naar de Openbare Bibliotheek Amsterdam om Stijloefeningen van Raymond Queneau te lenen. Het boek is al een tijd op zoek naar mij, maar heeft me tot dusver niet kunnen vinden. Als het boek niet naar Harry Mulisch komt, dan is Harry Mulisch niet te beroerd om naar het boek te komen.

Voor de bibliotheek vraagt een vrouw mij om mijn raad. Haar zwarte krullen kronkelen als Medusa’s slangen op haar hoofd. Ze verontschuldigt zich in het Engels, ze heeft een Frans accent. Ze vraagt of dit het postkantoor is. ‘Dat doet er niet toe,’ antwoord ik. Ze vraagt waar ze dan moet zijn. ‘U bent waar u moet zijn,’ antwoord ik. De mensen zouden moeten leren het leven te accepteren zoals het zich aandient, dat zou heel wat schelen. Ze draait zich om en rent achter een auto aan van het merk Renault. De man in de auto ziet haar niet. Orpheus mag niet omkijken terwijl Eurydice hem volgt, het schimmenrijk uit.

Ik daarentegen betreed het schimmenrijk en begeef me naar de Q. Alle boeken van Queneau zijn aanwezig, behalve Stijloefeningen. Volgens de computer is Stijloefeningen wel aanwezig. Een medewerker kijkt met mij mee. Maar geen Stijloefeningen. Hij zegt dat ik een mail moet sturen naar het magazijn, daar hebben ze nog wel een exemplaar. Een kwartier later krijg ik een mail terug. Het boek ligt op de tweede verdieping, waar ik mij momenteel bevind. Het boek is dus wel degelijk aanwezig en tegelijkertijd niet.

Op het Bos en Lommerplein koop ik een paar schoenen voor mijn zoon. Precies de schoenen die hij nodig had.

7 responses

  1. Dank je. Het was een vrij zware bevalling. Ik vond ‘m zelf wat geforceerd.

    Trouwens, Ben, ik heb nog een bloemetje voor je. Gekregen van Rigo Reus, had ie voor jou meegenomen naar het Blogbal. Maar je was er dus niet.

    • Rigo, trouwens, nog ontzettend bedankt voor je bloemen. Ik heb ze nu voor me staan in een grote vaas op de keukentafel, ze zijn werkelijk prachtig! Ik heb gister niet veel met je kunnen kletsen, want mijn aandacht werd vereist, maar dat halen we zeker eens weer in.
      Is de kennismaking met de adeldude gelukt? Hebben jullie gemeenschappelijke filmblikvrienden?
      De groeten aan mevrouw Reus, en ook zij bedankt: ik hoorde van de incheckbalie dat zij spontaan inviel toen het ze te druk werd. Liev!

      • Ah, was hij diegene met een adelijke stamboom. Mijn verbindingen met het kraakwereldje (in A’dam en Groningen)waren slechts zijdelings. Maar hij kende uit die tijd wel Maurice Di, het vriendje van een vriendin van mij – ja, zo zat het. De bloemen, tulpen uit Amsterdam, uit de Kinkerstraat om precies te zijn, vlakbij Hotel de Filosoof, (in onze kamer hing een spreuk van de filosofe Maria Rilke), de tulpen moeten eerst een half uur in hun verpakking in het water worden gezet, was ik vergeten erbij te melden.
        Het optreden van Kipfest + dame was onthutsend leuk en uniek ook nog ‘ns een keer. En zeker leuk om je ontmoet te hebben.

  2. Mmm, er begint volgens mij een stijlmoeheid op te treden. Hoe vaak kan hetzelfde verhaal je blijven inspireren? Maar toch, ook hier vond ik weer een aantal geniale vondsten. Knap hoor, ik zou bijna fan van je worden, ware het dat ik niet aan helden doe..

  3. @ Molovich. Ach. Ik ben nu net thuis, na een ziekenbezoek aan één van mijn kennissen, Reier Zwart, hier in het dorp.
    Dat bloemetje, moet je maar tegen mevrouw Molovich zeggen, moet ze goed onderhouden, want ik kom het niet ophalen.

    Over die geforceerdheid (dat kon ik er helemaal niet uithalen, hoor!) van je Stijloefeningen. Je bent nu al bijna op éénderde. Nog tweederde te gaan. Maak eens een lijstje van personen en zaken waarover je het nog wilt hebben, houd je vervolgens niet aan dat lijstje, maar laat je ook leiden door de actualiteiten. Geloof me, dat maakt het schrijven makkelijker.
    Ik begin die Stijloefeningen zo te lezen: de titel. Harry Mulisch. Godjezus, hoe moet je daar nu iets over schrijven?, dacht ik. Maar je begint met 12+21=33, midden in de roos. Dan weet een lezer onmiddellijk: dit wordt weer een topstukje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *