Stijloefeningen (23) – Anima

Ik wordt uit de bus gerold. Mijn wielen rollen over de nat geworden stenen van het stationsplein. Ik wordt voortgeduwd door een homp bleek vlees. In mij ligt een kleiner hompje vlees, het product van eerder genoemde grotere homp vlees. Dit kleine hompje vlees weegt een kilootje of tien en ligt rustig te slapen. Een plastic kap beschermt mij van de miezerregen. Ik ben gifgroen en van het merk Koelstra. Mijn eigenaars vervloeken mij soms omdat ik wat lomp en groot ben. Ze zouden eens naar zichzelf moeten kijken! Gelukkig beperken ze zich tot voortduwen en hebben ze tot nu toe de verleiding kunnen weerstaan om in mij te gaan zitten. Een groep Japanners met driehoekige posterdoosjes in de hand moet voor mij wijken. Heipalen begroeten mij met vrolijk gestamp. Mijn wielen ratelzoeven over een stalen brug. Ik ben in een opperste beste stemming als ik plotsklaps tot stilstand wordt gebracht.

Ik ben niet in staat trappen te betreden. Of beter gezegd: mijn voortduwer begint er niet aan. Waarschijnlijk met het oog op het slapende hompje vlees. Waarom wij nu alweer een halve minuut stilstaan is mij enigszins onduidelijk. De voortduwer is met een andere homp vlees aan het praten over postkantoren en weet ik veel wat nog meer. Rechts van mij rijdt een Renault 21 met hoge snelheid achteruit. Dit gaat gepaard met enig aanstellerig gejank, afkomstig van de op hoge toeren draaiende motor. Mijn voortduwer en de andere homp vlees gaan weer uit elkaar, de ene rent achter de Renault 21 aan, de ander duwt mij naar een soort helling.

Via een invalidelift en een personenlift kom ik aan op de tweede verdieping. Ik wordt naar de Q gereden. Ik blijf enige tijd voor de Q staan en maak een praatje over koetjes en kalfjes met de boekenkast. De homp vlees die mij zojuist nog bestuurde is iets aan het zoeken. Maar kennelijk kan hij het niet vinden. Er lijkt zich een minieme paniek van hem meester te maken. Voor u waarschijnlijk nauwelijks waarneembaar, maar ik ken ’m goed. De homp pluist de hele kast na, maar vindt niet wat hij zoekt. Hij rijdt me richting de computers. Daar sta ik dan. Naast een krukje waarop mijn bestuurder plaatsneemt. Ik probeer een gesprek met het krukje aan te knopen, maar het krukje zegt niks terug. Krukjes staan bekend om hun zwijgzaamheid, maar dit zou ik ronduit onbeschoft willen noemen.

De homp vlees staat op en brengt mij naar een bureau. Met bureaus heb ik weinig. Net als krukjes zijn ze vaak jaloers op mijn bewegingsvrijheid. Maar waar dat bij krukjes tot een verregaande verlegenheid leidt, wil dat bij bureaus nogal eens uitmonden in hooghartige arrogantie. Ik begroet het bureau beleefd. Het bureau groet koeltjes terug. Tegen een homp vlees die achter het bureau zit, vertelt mijn voortduwer dat hij op zoek is naar Stijloefeningen van Queneau. Dat hij het niet kon vinden, maar dat de computer zei dat het er wel was. Ik wordt weer weggereden. Ik groet het bureau, het bureau maakt een geluid dat ik snoevend zou willen noemen.

We staan weer bij de Q. De twee hompen vlees gaan alle boeken nog een keer na. Nog steeds niet te vinden, te oordelen aan de steeds groter wordende frustratie die zich steeds duidelijker aftekent op het gezicht van mijn bestuurder. De boekenkast vertelt me dat dit wel vaker gebeurt. Boeken worden verkeerd teruggezet. Of zelfs gestolen. Je hebt ook hompen vlees die voor de lol boeken op andere plekken neerzetten. ‘Dat soort gasten moet je door de knieschijf schieten,’ meent de boekenkast waarmee ik praat. Je ziet ze steeds meer, boekenkasten die openlijk flirten met geweld. Ik beschuldig de boekenkast van fascistische denkbeelden. De boekenkast noemt mij een ‘verachtelijke linkse hond die in een droomwereld leeft’. Voordat de ruzie uit de hand loopt, word ik weggereden. Ik sta weer bij het krukje. Een klein kwartiertje sta ik stil. ‘Heb ik jou hier niet eerder gezien,’ zeg ik tegen het krukje. Het krukje draait zich verlegen van mij af, maar geeft geen antwoord. Zak dan maar in de stront.

Op het Bos en Lommerplein, in een babywinkel, legt de homp vlees die mij bestuurt een schoenendoos met daarin een paar babyschoentjes in mijn onderbuik.

2 responses

  1. Het is dat we enorme blasé’s zijn anders hadden hier nauurlijk ook 30 reacties gestaan van Oh! en Ah!
    Het is zo gegroeid dat we uitmuntendheid als gewoon zijn gaan ervaren. À qui la faute? We kunnen kiezen uit
    a-Molovich
    b-Maxime Verhagen

  2. Misschien is het nog wel leuk om als stijloefening een Geenstijloefening te doen, met een tochtje door 020 en een heaumeau bij de balie van het magazijn. Misschien ook niet trouwens, wat weet ik er eigenlijk van?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *