Stijloefeningen (26) – Scenario

1. EXT. BUSHALTE CENTRAAL STATION – OMSTREEKS 12.00 UUR

Het miezert op een onbestemde dag. Het waait. Mensen lopen in zichzelf gekeerd van en naar het station. Een bus stopt. De deuren gaan open. Mensen wandelen eruit. Als laatste een aantrekkelijke jongeman met een flinke baard die voorzichtig een felgroen kinderwagentje uitlaadt. De naam van de aantrekkelijke jongeman is Max Molovich. Hij begint te lopen. Hij wandelt het stationsplein over in oostelijke richting en begint te bellen.

MOLOVICH
‘Met mij… ja prima… die ligt te slapen… naar de bibliotheek… ja precies, om Stijloefeningen te lenen van Queneau… Gewoon, je weet hoe dat gaat met mij: als ik iets wil, kan ik niet rusten tot ik het krijg… hè? Ik dacht aan penne arabiata… Hoezo alweer?.. Gisteren ook…? O ja… nu je het zegt… ik denk er nog over na… Prima. Luvjoe.’

Al wandelend drukt Max Molovich zijn telefoon uit en stopt hij deze in zijn binnenzak. De camera blijft op het staionsplein staan en registreert dat Molovich richting de bouwputten ten oosten van het station wandelt. Op de geluidsband horen we louter bouwgeluiden als drilboren en heipalen.

2. EXT. VLAK VOOR DE BUITENTRAPPEN VAN DE BIBLIOTHEEK 12.15 UUR

Terwijl Max zich afvraagt hoe hij de kinderwagen de trappen van de bibliotheek op krijgt, wordt hij aangesproken door een vrouw. Het Engels van de vrouw wordt opgevrolijkt door een vet Frans accent.

VROUW
‘Excuse me, but is this the post office?’

MOLOVICH
‘No, this is the library.’

De vrouw houdt Max een briefje voor. We zien niet wat er op het briefje staat. De vrouw kijkt een beetje schichtig achterom. We zien nog niet waar ze naar kijkt.

VROUW
‘Where do I have to go then?’

Terwijl Molovich op het briefje kijkt, zien we dat achter de vrouw een witte Renault 21 achteruit begint te rijden. De vrouw met wie Molovich staat te praten draait haar hoofd weer om. Ze oogt onrustig.

MOLOVICH
‘The Raadhuisstraat, there you can find an elephant. I mean a post office.’

De vrouw kijkt weer achterom. Maakt aanstalten om te vertrekken. En dan toch weer niet. En dan weer wel. Ze loopt weg, draait zich om, loopt weg, draait zich om.

VROUW
‘Thank you.’

De vrouw begint achter de achteruit rijdende auto achterna te rennen. Molovich kijkt haar nog even na en wij kijken met hem mee.

3. INT. OPENBARE BIBLIOTHEEK AMSTERDAM – 12.35 UUR

Molovich staat voor de Q. Het wagentje staat achter hem. Hij leest de ruggen van de boeken en houdt daarbij zijn hoofd schuin. Kennelijk vindt hij niet wat hij zoekt, want hij bekijkt met een lichte edoch niet te verhullen ergernis de ruggen van de boeken van schrijvers met een P en een R. Molovich loopt richting de computer. Hij parkeert de kinderwagen naast zich.

4. INT. OPENBARE BIBLIOTHEEK AMSTERDAM – 12.48 UUR

Molovich loopt naar een balie. Een jongeman van een min of meer exotische komaf staat boeken te scannen. Hij kijkt verstoord op als Molovich zijn keel schraapt. Hij kijkt Molovich vragend aan.

MOLOVICH
‘Ik ben op zoek naar Stijloefeningen van Queneau. En nu kon ik ’m niet vinden in de schappen, maar volgens de computer is hij wel degelijk aanwezig. Ik dacht, misschien staat hij op een heel andere plaats.’

De bibliotheekmedewerker doorzoekt zwijgend zijn systeem naar de titel van het gezochte boek. Zonder iets te zeggen loopt hij naar het schap toe en begint te zoeken. Maar het mag niet baten. Emotieloos kijkt hij Molovich aan.

MEDEWERKER
‘Wellicht kunt u het magazijn nog een mailtje sturen. Daar hebben ze in ieder geval nog een exemplaar.’

Molovich bedankt de medewerker hartelijk voor deze informatie, en gaat naar de eerste de beste computer die vrij is. Hij tikt. Het duurt even. Een korte sequentie van verveelde momentjes (Molovich probeert een pen op zijn vinger te balanceren, Molovich helt zover achterover dat hij de bibliotheek op z’n kop ziet, Molovich checkt of er iemand op Nurks heeft gereageerd, etc.) geven aan dat de tijd verstrijkt Maar dan komt er een mailtje binnen. Wij kunnen meelezen. Molovich mompelt het bericht.

MOLOVICH
‘Geachte heer Molovich, het enige exemplaar dat aanwezig is van Stijloefeningen is, kunt u vinden op de tweede verdieping.’

Nadat Molovich uitgelezen is, pakt hij een bureaustoel op en werpt deze door het computerscherm die na een klein rookwolkje te hebben losgelaten het leven laat. Waarna Molovich kalmpjes wegloopt met de kinderwagen. De aanwezige figuranten kijken hem verbijsterd na.

5. INT. BABYWINKEL  BOS EN LOMMERPLEIN – 14.05 UUR

De verkoper doet twee babyschoentjes in een schoenendoos, terwijl Molovich zijn pinpas door de pinautomaat schuift.

One response

  1. Mooi gedaan, Max. Alleen zou ik er de uren niet bijgezet hebben: in zo’n scenario zet je alleen de noodzakelijke dingen. Als je dan toch wilt laten weten dat het in de schoenenwinkel iets later is, dan kun je iets opschrijven als: ‘We zien door de winkelruit dat het weer is opgeklaard: het miezert niet meer.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *