Stijloefeningen (18) – Enigszins aan de omslachtige kant

Een autobus, eigendom van het Amsterdamse Gemeentevervoersbedrijf (hierna te noemen: GVB), zet mij en mijn gewaardeerde zoon, die zojuist in zijn gifgroene kinderwagen van het merk Koelstra in de slaaptoestand is geraakt, af bij het destijds door Abraham Kuyper, pardon ik bedoel natuurlijk P.J.H. Cuypers, ontworpen Centraal Station, de plek waar treinen van en naar Amsterdam vertrekken alsmede aankomen. Ik ben in mijn hoedanigheid als literatuurliefhebber op weg naar de Openbare Bibliotheek te Amsterdam, alwaar ik het literaire werk Stijloefeningen van de Franse schrijver, dichter, dramaturg en wiskundige Raymond Queneau (Le Havre, 21 februari 1903 – 25 oktober 1976) hoop te vinden. Ik ben er reeds geruime tijd naar op zoek, maar mijn zoektocht is tot op heden onvruchtbaar gebleken. Er valt een soortement van regen neder op de drukbevolkte stenen van het stationsplein. Toeristen, forensen en wat dies meer zij lopen van en naar het station. De weg naar de bibliotheek is vrij moeilijk begaanbaar en wordt aan weerszijden bevolkt door diverse bouwputten, waarin zich gebouwen in meer en minder gevorderde staat van ontwikkeling bevinden. Heipalen beuken in de koude grond.

Alvorens ik mijn gestalte in de bibliotheek kan begeven word ik gemaand om even pas op de plaats te maken door een vrouw van omstreeks de vijfendertig jaar. Zij heeft zwarte krullen tot op haar schouders, een donkerblauwkleurig jasje met grote knopen en brede revers. Daarboven draagt ze een blauw-wit gestreepte das die ze stevig rond haar hals geknoopt heeft. Voorts is zij de trotse draagster van een eenvoudige spijkerbroek en heeft zij lichtbruine, lederen laarzen aan die zij, godzijdank, niet boven haar broek draagt. Zij vraagt mij in het Engels, maar met een duidelijk hoorbaar Frans accent, of het gebouw waar wij ons momenteel staande voor houden een postkantoor is. Aangezien ik alweer een jaar of vijftien woonachtig ben in onze Geliefde Hoofdstad, weet ik dat hier inderdaad ooit een postkantoor heeft gestaan. Maar dat is al geruime tijd niet meer het geval. De vrouw in kwestie draait haar hoofd en bovenlijf in een poging te zien wat er achter haar gebeurt. Daar rijdt een crèmekleurige Renault 21, een model dat, als mijn kennis van de automobielindustrie mij niet bedriegt, ergens in de jaren ’90 is ontworpen, achteruit van ons weg. De bestuurder heeft zijn rechterhand op de hoofdsteun van de bijrijdersstoel gelegd en kijkt over zijn rechterarm naar dat wat zich achter zijn auto bevindt. De vrouw richt zich weder tot mij, houdt mij een briefje met daarop de nodige letters voor de neus en vraagt mij waar zij dan moet zijn, mocht zij daadwerkelijk  nood hebben aan een postkantoor. Ik vertel haar in een reeks logisch opeenvolgende Engelstalige woorden dat zij het beste richting de Raadhuisstraat kan vertrekken, daar bevindt zich nog wel een postkantoor. De vrouw bedankt mij middels een klein knikje, draait zich om en rent als een idioot met een doodsverlangen achter de nog steeds achteruit rijdende voiture van het merk Renault aan.

Op de tweede verdieping ga ik bij de Q op zoek naar de boeken van Raymond Queneau. Aangezien ik het alfabet redelijk goed beheers, heb ik de desbetreffende plank vrij snel gevonden. Er zijn volop boeken van Raymond Queneau aanwezig, maar zoals je altijd zult zien, zit Stijloefeningen daar niet bij. Voor de zekerheid kijk ik nog even bij de letters naast de Q, te weten de P en de R. Je weet immers nooit, het boek zou ook verkeerd teruggelegd kunnen zijn geweest. Maar mijn zoektocht is tevergeefs, Stijloefeningen schittert door afwezigheid. In de hoop dat Stijloefeningen door de Openbare Bibliotheek Amsterdam niet als roman wordt gezien, en in dier voege heel ergens anders ligt, zoek ik het boek ook nog even op via de online catalogus van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Volgens de online catalogus van de Openbare Bibliotheek Amsterdam is er wel degelijk een exemplaar van Stijloefeningen aanwezig, en wel op exact dezelfde planken die ik nog geen minuut daarvoor had uit zitten pluizen. Ik ga nogmaals kijken en neem nu een ongetwijfeld door zijn collegae zeer gewaardeerde medewerker mee in de hoop dat zijn ogen iets beter getraind zijn in het vinden van moeilijk vindbare boeken dan mijn eigen ogen. Dat de goede man niet wist hoe je Queneau moest spellen, was wellicht een teken aan de wand. Hoe wij ook keken en waar wij ook zochten: het desbetreffende boekwerk was nergens te vinden. De medewerker raadde mij aan een aangetekende brief te sturen naar het magazijn, daar zou ook nog een exemplaar aanwezig moeten zijn. Ik schreef een mailtje en kreeg een klein kwartier (plusminus 15 minuten) later als antwoord dat het boek Stijloefeningen inderdaad aanwezig is, en wel op de tweede verdieping, en als het goed is op de plank waar ik dus een klein half uur daarvoor als in shock voor heb gestaan, hopende op een wonder. Ik werp mijn ziel onder mijn arm en verlaat het pand.

Op het Bos en Lommerplein, tegenover snackbar De Halte en naast een wat eigenaardig warenhuis (met in de etalage bijzonder vreemde paspoppen die kinderen moeten voorstellen), op nog geen honderd meter van mijn eigen woning, koop ik een paar schoenen van het merk Babyblue Suede Shoes met in plaats van veters aan elk exemplaar twee stuks klittenband om de kans kleiner te maken dat het schoeisel van de voetjes van mijn zoon glijdt.

3 responses

  1. Een betere titel zou zijn geweest: Omslachtig. Je oorspronkelijke titel dus. Ik zou dan wel gemist hebben: de maat van de schoenen van je zoontje.
    De beste titel zou geweest zijn: Wat omslachtig. Maar wel een geweldige aflevering, weer.

  2. door Abraham Kuyper ontworpen Centraal Station, Apostolov!!! praat Molovich ‘ns bij.
    Enigszins omslachtig, maar soms denk ik dat deze wijze van schrijve de norm is, of dat mensen denken: huh, omslachtig? Dit? Maar da’s toch mooi?!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *