Stijloefeningen (15) – Kamervragen van Richard de Mos

Voorzitter,

1. Heeft de Minister het bericht op Nurks van Max Molovich gelezen waarin hij vertelt dat hij met bus 21 naar het Centraal Station gaat. Zo ja, is de Minister zich ervan bewust zijnde dat de omgeving rond het Centraal Station eruit ziet als een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog? En is de Minister er zich van bewust dat dit ten grondslag ligt aan de Noord-Zuidlijn? Zo ja, wat denkt de minister hier aan te kunnen gaan doen?

2. Heeft de minister in datzelfde bericht gelezen dat het postkantoor is verdwenen en dat daar in de plaats een Openbare Bibliotheek is verrezen? Als iemand die schooldirecteur had kunnen zijn, juich ik het natuurlijk toe dat er bibliotheken bestaan, hoewel vaak bolwerken van linkse hobbyisten en ander tuig, maar de post moet geen ondergesnoven kindje worden dat met het badwater bij het grofvuil is gezet. Vraag aan de minister: wat denkt hij aan deze schandalige gang van zaken te doen?

3. Heeft de minister in datzelfde bericht gelezen dat het boek Stijloefeningen van Raymond Kluun niet op de daartoe aangewezen bestemmingsplek aanwezig is, te weten bij de K? En is het bij de minister bekend dat het boek volgens de online catalogus wel degelijk aanwezig is op de daartoe aangewezen bestemmingsplek, maar dat het boek daar dus niet ligt. En weet de minister dat er in de Openbare Bibliotheek Amsterdam medewerkers werken die argeloze bezoekers doelbewust met een ruitje in het kliet sturen? Wij kunnen waarschijnlijk allemaal raden welke afkomst deze medewerkers hebben. Het begint met een I. en het eindigt op slam.

4. Heeft de minister, tot slot, in datzelfde bericht gelezen dat er op het Smulbos en Lommertplein te Amsterdam niet alleen heimweeschotels en kopvodden worden verkocht, maar ook schoenen, ja zelfs schoenen voor baby’s? Heeft de minister toevallig de beelden van de revolutie uit Egypte gezien? En heeft de minister wellicht deze foto gezien? Zo ja: mag ik dan concurreren dat de minister heel goed weet dat moslims hun regeringen met niet meer dan een paar schoenen weten omver te werpen. Is het dan niet schrijnend, dat in het hol van de leeuw, op het Smulbos en Lommertplein, er schoenen worden verkocht aan mensen die onze regering vijandig gezind zijn, want dat ze dat zijn, behoeft hopelijk geen betoog. Of wil de minister niet begrijpen dat hij de spek met snelbinders op de kat aan het bevestigen is door mensen die een fascistische ideologie aanhangen de wapens te verkopen waarmee ze hem omver zullen werpen?

Aan welke minister ik deze vragen stel, voorzitter? Aan de Minister van Bouwputten, Bibliotheken en Schoenenzaken natuurlijk! Wat zegt u? Die bestaat niet? Hoe denkt de voorzitter dan dat wij het beleid van de minister kunnen gedogen als hij niet eens bestaat?!

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *