Hij was depressief

Gerrit Folkertsma was Dirkswouds moppentapper. Hij hield ervan moppen te vertellen zoals deze. Een boer en zijn knecht zijn op het land bezig, het begint te regenen. De boer zegt tegen zijn knecht: haal mijn laarzen eens. Knecht gaat terug naar de boerderij, waar de twee dochters van de boer zitten te spelen. ‘Ik mag jullie allebei een beurt geven,’ zegt de knecht tegen de meisjes. ‘Ha! Dat geloven wij niet!’ is hun reactie. ‘Wedden?’ zegt de knecht en hij schreeuwt naar de boer: ‘Moet ik er één of twee pakken?!’ Boer schreeuwt terug: ‘Alletwee natuurlijk, stom rund!’
Maar zijn vrouw Annie overleed aan kanker, twee jaar geleden, en sindsdien is Gerrit niet meer de oude geweest. Wij vermoeden dat hij zijn grapjes eerst op zijn vrouw uitprobeerde. Dat kon niet meer, en het ging bergafwaarts met Gerrit.
Was hij vroeger nog een gezellige drinker, samen met Annie, hij ging over op de baco’s in café Amperzat. Hij werd ook een goede klant van Slijterij Hillegom, hij raakte zijn werk kwijt bij de gemeentelijke plantsoenendienst, omdat hij eenvoudig niet meer kwam opdagen en het ging steeds slechter met Gerrit. Hij zat vreselijk in zak en as en kwam tenslotte zijn huis niet meer uit. Een buurmeisje hielp hem nog een maand of wat, totdat ze hem aan tafel dood zag liggen: hij had driekwart liter wodka naar binnen gegoten en had vervolgens een plastic afvalzak om zijn hoofd gedaan.

Er lag een briefje voor hem met de woorden: ‘Kennen jullie deze? Een non en een pastoor…’ De rest van het verhaaltje was door verregaande dronkenschap onontcijferbaar gebleven.

Ik bedoel: deze dingen komen óók voor, en waarschijnlijk veel meer dan wij denken. Je hebt natuurlijk de gewone depressievelingen, je hebt de manische depressievelingen, maar je hebt ook de door rouw getourmenteerden. Ze hebben het allemaal zeer moeilijk, dames en heren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *