Correspondentie (10)

Dag Max,

Je hebt misschien wel gemerkt dat ik er een paar dagen tussenuit was. Ik heb de dingen wel gecorrigeerd, dus daarvoor hoop ik wel de centen te ontvangen, maar het was weer godverdommes zwaar. Je blijft dan gewoon maar in bed liggen, tot half twee, half drie, half vijf ’s middags. Maar je begrijpt wel: je komt dan tot niets.

Vanmiddag kwam er iemand aan mijn deur. Hij klopte aan, want mijn bel doet het niet. Het was een hij, merkte ik, liggend in mijn bed, want zijn kloppen klonk zeer mannelijk. Ik hield me stil want je wist niet wat voor figuur het was. Hij klopte door. Toen deed ik mijn dekbed opzij, schoot ik in mijn onderbroek, pakte mijn keukenmes (18 cm, zeer scherp) en ging ik naar de deur.

Ik opende de  deur en riep: ‘Ja??!’, bij gebrek aan andere nuances. ‘Bloemen,’ zei de man, en hij liet een paar ruikers zien. ‘Uit welk land komt u?’ vroeg ik. ‘Rumenia,’ zei hij. ‘Kom binnen, jongeman! Kom binnen!’ ging ik verder, en zo zaten we al snel te praten over Egypte en Tunesië, wat hij maar een softe boel vond. Er was maar één oplossing, volgens hem: geweld. Dat bestreed ik, want ik ben een Hollander, maar mijn petities maakten geen indruk.

Ik liet hem later nog Roemeense muziek horen, maar daar was hij niet in geïnteresseerd. Duitse muziek, dat wou hij horen.

Je krijgt soms vreemde mensen over de vloer. Een ferme groet van je Ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *