Mieren (deel I)

Kippfest

presenteerd:

MIEREN

————————————-

Lickey Liesvlek stampte vrolijk door de blije wereld heen. Ze was op weg naar school, om allemaal fijne nieuwe dingen te leren!
‘Haai!’ zwaaiden meneer en mevrouw Stompbottel. Zij vonden Lickey heel aardig. Lickey had van hun voor haar verjaardag een echte poppenwagen gekregen!! Daar kon zij Pop Rurta in rondrijden door het gansche dorp.
‘Hallo!’ zwaaide ook Dick van der Tulp. Hij ging net naar buiten om de net bezorgde krant van zijn grasveld op te pakken. Meneer van der Tulp leest altijd de krant!!!!!! Hij was ook héél aardig. Goedemórgen Dick van der TULP!!!!
‘Pas je op dat je niet op ons staat’, zongen de bloemen met een wiegende dans.
‘Nou zeker weten niet!’, lachtte Lickey. LEKKER VERDER LOPEN LICKEY!!!!!

Woooooohhh nou even pas op de plaats. Wat in grutjesnaam kwam daar dat kleine kindermensenmeisjesneusje inwaaien?

‘Buuuuuh wat een stinkiestankiestank hier zeg!!’, wou Lickey eerst roepen met haar typische grappige kinderstem maar halverwege sloeg die iets serieuzer over. Wat was dat? Die chemisch ruikende bak met allemaal… Nee dat konden vast geen echte… Toch?? Ze liep snel door maar werd ruw door elkaar verstoord door het volgende wat ze zag.

‘….Uhhh’, zei Lickey. Ze stopte in haar pas en keek geschokt naar beneden. Dat… Dat waren Mickey, en Suzette! En daar lag… LICKEY KON HEM OF HAAR NIET EENS MEER HERKENNEN! Zijn hoofd zat als een pannenkoek met stukjes schedel op de weg geplakt! Ze waren allemaal platgedrukt. Al haar vriendjes van school. Hun maaginhoud en bloed uitgekotst en hun darmen door de druk uit hun kont geploft met daar weer uit de laatste drollen die ze ooit zouden leggen. ‘Huck’, kokhalste Lickey. Al haar vriendjes. Dood. Ze kon hun organen zien. Hun… ‘BWWWUUUhhhhHHUUHHCKK’, braakte ze haar ontbijt uit. Boterhammetjes met chocopasta, lekker was dat hoor! Maar nu niet meer. Nu was alles verdrietig en goor. Lickey rende zo snel als haar beentjes haar konden dragen terug naar huis. Hier was iets ernstigs aan de hand. Op de weg terug stopte ze bij het huis van meneer en mevrouw Stompbottel, omdat ze iets vreemds door het raam zag. Het leek wel alsof meneer en mevrouw Stompbottel zaten te zweven door de huiskamer!!

Van dichtbij zag ze dat dit kwam omdat hun huis via de schoorsteen met water was gevuld. Kókend water. Meneer Stompbottel was dood. Mevrouw Stompbottel leefde nog, maar haar huid was losgekookt van haar lijf en zat nu als een kapotgescheurde zak van te ruime kip om haar heen. Oei oei oei, wat moest zij verschrikkelijke pijnen aan het ondergaan zijn. Met haar laatste krachten krasten de nagels in het glas. Bah wat een rotgeluid! Het moest ook wel rot zijn voor mevrouw Stompbottel te weten dat zelfs als zij niet zou verdrinken er totaal geen redding voor haar mogelijk zou zijn. Maar ja. De liefde van haar leven was toch dood. Alles dood en kapot. Waarom dan nog verder vechten? Waarom mevrouw Stompbottel?? Omdat het pijn doet?? Kun je nagaan hoe erg dat dan zeer deed!

Vanuit een steegje zag Lickey mensen wegrennen. “Hee hallo!” riep ze, nerveus maar blij andere gezonde mensen te zien. WOESH. Een steekvlam brak uit, al die arme mensen verschroeiend tot aan het bot. Toch bleven ze wegkruipen, hun huid afscheurend, vastgeplakt aan het asfalt. Knoken schurend over de weg. Krijsen. Krijsen die zo perfect tussen “Ik wil leven” en “Oh nee eigenlijk wil ik gewoon dood” liggen. En toch maar blijven krijsen en vluchten. De wil tot leven om daarmee van pijn te vluchten is maar sterk en feitelijk irrationeel, zeg!

“Mamma! Mamma!!” riep Lickey, de tranen haar zicht vertroebelend. “Mamma alsjeblieft!!”
Ze rende en rende, weg van deze waanzin. Ze maakte zich reuze zorgen. Ze had haar mamma beloofd voor
haar te zorgen, toen.
‘Er komt een klein babytje aan’, had Mamma gezegd, strijkend over haar dikker wordende buik, ‘En dan ga ik jouw hulp ook nodig hebben Lickey! Kun jij beloven mij te helpen?’

‘Ja nou en of!’, had Lickey geroepen, reuzeblij dat er een babytje zou komen. Zou ze een broertje, of een zusje krijgen? Lickey was maar wat benieuwd!!!!

Uiteindelijk kwam ze aan bij hun thuis. ‘Mam? Mamma??’, riep ze vertwijfeld in de deuropening. Niks. Ohhhh als er maar toch…

Lickey vond dit geen troostende gedachte. Lickey was nog erg jong, en al deze serieuze gebeurtenissen maakten haar bang. Ze wilde naar mamma en pappa!! Oh god als er maar niets met mamma en pappa is!!!

‘Lickey’, zei een stem achter haar. Oooohhh het was de stem van haar moeder!!! Oh hoera, hoera!! Lickey hoopte zó dat zodra zij zich zou omdraaien daar dan haar Mamma zou staan! Misschien was het allemaal zelfs wel een boze droom, en was er niets aan de hand!! Nou, Lickey hoopte dat maar! Zij had haar lesje wel geleerd hoor, heus!! Laat de wereld maar gewoon normaal zijn! WAKKER WORDEN LICKEY!!!!

Het was haar moeder! ‘Lickey… Help….’, kreunde ze, met veel moeite. Dat was niet zo vreemd, want ze was niet veel meer dan een wandelende brandwond. Sommige resten van haar kleding en sieraden zaten in haar vlees gesmolten. Haar rechterarm was zo door- en doorverbrand dat die in het midden afgebroken was. Merg droop uit het bot. Haar buik was opengebrand – je kon de dode baby zien drijven in de lekke, half leeggelopen baarmoederzak. Van haar eens zo prachtige uiterlijk was niets meer over. Alleen een monster. Een gruwelijk verbrand monster. Lickey herinnerde zich hoe Mamma vroeger heur haar voor de spiegel borstelde, zachtjes oude liedjes neuriënd. Ze probeerde zich voor te stellen hoe dit monst… Haar moeder dat nu zou doen. ‘Het doet zo’n pijn Lickey, gaat het wel goed met jou?’, kreunde Mamma naar de terugdeinzende Lickey.
‘NEEE!! BUUHUUUHUUUHUU!!’, stortte Lickey in, haar keerde maag om. Ze walgde van haar mamma en dat feit deed haar nog meer walgen. Haar zien deed haar de pijn voelen, ze voelde de strak zittende huid, de kloppende littekens… Ze liep naar achteren. Ze kon hier niet tegen.
‘Lickey’, zei Mamma zachtjes, onvermogend te roepen, ‘Het gaat niet goed. Niet zo goed met mamma. Lickey mag mamma je nog een keer knuffelen. Laat me je nog alsjeblieft een keer aanraken alsjeblieft…’

‘Pappa is…’, ze begon te huilen. Tranen over haar ontstoken wangen. Ze stak haar afgebroken arm uit, en toen ze de staat ervan zag en het effect ervan op Lickey besefte, bewoog ze het zo omzichtig mogelijk achter haar rug. Hee niks aan de hand (HAHAHA: NEE ER WAS GEEN HAND!! Snap je? -red.). Lickey keek haar moeder aan, die aarzelend stond te wachten op haar dochter, haar niet direct aankijkend. Mamma wist wat Lickey dacht, en wou haar niet nog banger maken. Ze huilde weer, en keek smekend naar Lickey. Lickey keek haar moeder aan.

Ze kon het niet. Met gesloten ogen rende ze huilend het dorp in.

Uitsnikkend liep ze over het met lijken bezaaide plein. Doodgekookt, verbrand of gewoon verpletterd. Haar mamma… En ze had nog wel zo hard haar hulp beloofd! Met de baby!!! Mamma wou alleen nog een keer knuffelen! Misschien was het wel het laatste wat ze ooit met haar kon doen. Nu zou haar alleen verdrietresten. Haar mamma… Oh zij wou ook haar alleen nog maar een keertje vasthouden! En een liedje zingen! Samen! Misschien kon het morgen nooit meer… Lickey huilde zo hard dat ze er van moest hoesten. Met haar vuile roethanden veegde ze de tranen uit haar ogen. Ja. Ze zou teruggaan. Naar….

Ze merkte dat het donker was geworden. Zo maar plots ineens. ‘Hahaha’, bulderde het boven haar. Wat was dat?? Lickey keek op. Het was een reusachtig wezen. Gigantisch. Een grijns stond op zijn gezicht, mijlenver in de hoogte. Een enorme waterkoker in één hand, een gasaansteker in de andere. Hij moest degene zijn die verantwoordelijk was voor al deze dood en vernietiging! Hij!! Waarom?? Wat bezielt zo’n groot wezen zoiets te doen tegen al die kleine mensjes?? Wat konden kleine Lickey en haar kleine vriendjes die reus toch hebben gedaan om dit te rechtvaardigen? Dit is toch niet menselijk???

De reus boog naar voren, en bewoog zijn massieve duim over Lickey. ‘Nee! NEEEEE!’, riep ze, wegrennend. Naar huis, naar Mamma, voor die laatste…

PRROHP.

‘HOEHAHAHA’, klonk het zich in de verte verwijderend. Langzaam verdween de duisternis om weer plaats te maken voor het vrolijke zonnetje. Ha lekker weertje, hoor!!!!!!

The End (Part I)

6 responses

  1. Jep! Lickey is game over. Wat de rest van het verhaal gaat pogen te doen, is de motieven van de slachter achterhalen… Is het een onmenselijk beest, of IS HIER MEER FRUSTRATIE AAN DE HAND??

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *