De macht van de panterlegging

Al heb ik modieuze genen, ze komen niet of nauwelijks tot uitdrukking. Sinds jaar en dag loop ik in dezelfde cargobroek, die ik een keer per 5 jaar per 10 tegelijk bij C&A insla, om van het vreselijke karwei dat shoppen heet af te zijn. Een Surinaams-Hindoestaanse vriendin is dat een doorn in het oog. Na jaren te hebben geroepen dat ik naar zus en zo voor winkel moest gaan, gooide ze het over een andere boeg: nu geeft ze me kleren cadeau.

Laatst kwam ze aanzetten met een wollen jurk tot net onder de bil. Als je zoals ik normalitair een uniform draagt (het uniform trui + cargobroek), dan ben je qua combinaties snel klaar. Nu had ik een probleem, want zo’n wollen jurk draag je niet zomaar. Daar moet van alles bij. Daar moet iets onder-boven, want het kribbelt, en iets onder-onder, want je kan niet met blote benen over straat, zeker niet als je richting de 50 gaat, en bovenal niet als het -10 vriest, uitgerekend het tijdstip wanneer je zo’n kledingstuk draagt.

Ik moest dus naar een winkel die ze mij had aangeraden. Op de Dappermarkt. Vol met pikzwarte negerinnen. Dan weet je: hier hebben ze leuke kleding. Bingo. En niet alleen voor bottige preien met anorexia, zoals in de Kalverstraat. Nee. Ook kledij met aandacht voor flinke boezems, met verdoezeling voor de buik, kortom, kledij met égards voor de vrouwelijke figuur. Allemaal het hipste van het hipste. Op zoek naar een  ‘skinny pantalon’ (v/h stretchbroek, de opdracht van vriendin) stuitte ik op een rek vol leggings met panterprint. Waarachtig: Leggings met Panterprint. Kent u die nog? Zelf dacht ik dat ze uitgestorven waren.

De Legging met Panterprint. Die was in zwang rond 1980, toen ik bij de geweldige strakke broeken met carnivorenmotief (het woord legging had je toen nog niet) kwijlde die mijn medepunkers droegen. Ik was toen echter nog niet zo ver dat ik kon achterhalen waar zoiets te koop was, dus bleef het bij kijken. Daarna een tijdje niets meer, tot ergens in de vroege jaren ’90 out of the blue hordes Tokkie-vrouwen Leggings met Panterprint gingen dragen. Wederom fonkelden ze als juwelen in de nacht, maar helaas, shoppen deed ik nog steeds niet dus bleef de bron ervan voor mij verborgen.

Maar nu had ik ze. Voor mijn neus. Bij de vleet. Helaas waren er maar drie in mijn maat, dus nam ik ze allemaal. Er gingen vast jaren voorbij eer ik me weer op het winkelpad begaf, dus was het hamsteren geblazen. Sindsdien is dit mijn nieuwe uniform. Wie schetst mijn verbazing toen ik merkte dat dat niet zonder bijeffecten ging.

Vorige week stopten opeens abnormaal veel auto’s voor mij. Ik hoefde enkel een drukke weg te naderen en er werd spontaan op de rem getrapt. Eén keer: ‘Leuk! dank u.’ Twee keer: ‘Te gek, bedankt!’ (Voor de buitenstadsers onder ons: in Amsterdam stopt een auto of een fietser nooit tenzij aan de grond genageld door de straal van een vliegende schotel). Derde keer: ‘Doet u dat voor mìj?’ (Ik kijk om me heen.) ‘Ja? Thanks!’

Vanmorgen viel het kwartje. Het was spitsuur. In het spitsuur kun je op het asfalt gaan liggen stuiptrekken en kwijlen zonder dat maar één weggebruiker daar enige aandacht aan besteedt. Maar dan ik: ik fiets terug van school, met mijn Panterlegging, en pats! Een auto gaat vol op de rem. Ik mocht door. Toen begreep ik de Magie van de Panterlegging. In Amsterdam moet je blijkbaar een Panterlegging aandoen om fatsoen bij de mannelijke bevolking te kweken. Ik werd heel erg vrolijk van deze ontdekking.

Ik moest nog naar de Vomar, met de fiets aan de hand, half lopend half kruipend vanwege de geniepige gladheid op het wegdek. Kom ik binnen is de vloer gedweild en ga ik bijna onderuit – het gevaar is ook nooit waar je denkt. Eenmaal klaar met mijn fourageeractie loop ik naar buiten met drie tassen vol, om met ergenis vast te stellen dat een of andere troela haar fiets zo dicht tegen de mijne heeft geparkeerd dat ik niet bij de fietstassen kan. Een man ziet dat, en schiet mij spontaan en snel te hulp: hij doet de generende fiets weg, houdt mijn fietstas open, dan de andere, tot alles aan kant is. Hij wijst naar het bos kersentakken dat uit mijn tas steekt.
‘Is det voor maij?’ zegt hij grappend.
‘Jaa!’ roep ik, en reik ze aan.
‘O maar det ken ik toch niet âânneme schet, me frrâuww zoo vrââge stelleuh.’ En helemaal als ze wist dat de geefster een Legging met Panterprint droeg!’, denk ik dan terwijl ik wegfiets.

Onderschat nooit de Macht van de Panterlegging.

23 responses

  1. @Rigo: ik wou je vragen of je een uitnodiging wou voor het Blogbal. 15 maart in de Balie, Amsterdam. Nurks zal, hoop ik, doe-het-zelf-maskers van Harry Mulisch en Max Molovich aanbieden, en er zullen daar ook maskers te leen zijn (voor de anonimiteit). Een uitnodiging is voor 2 personen.

    • Oud Zeikwijf, ik had de datum al een keer in mijn agenda geschreven. Het BlogBal valt midsweeks. Zou moeten zien hoe een en ander in te passen is in mijn en, (hee, een uitnodiging voor twee!) mevrouw Reus’ agenda, ook al is zij minder blogbezoekster. Dat midweeks zou voor mij geen probleem moeten zijn, ik werk zowel in het weekend als doordeweek. U hoort nog van ons. Bedankt in ieder geval voor de uitnodiging, leuk.

      • Iedereen krijgt een dingetje (hoe heten die dingen ook weer, zo’n plaatje dat je kan vastklemmen aan je trui?) waar hij zijn bloggersnaam op mag schrijven (mag! Hoeft niet). In jouw geval je reaguurdersnaam, en Mevr. Rigo Reus voor je eega. Dan weten we wie je bent. Het is geen IRL feest maar een bloggersfeest. Het is alleen interessant wie je online bent.

  2. OZ, ik ben een beetje druk met andere zaken momenteel, zou toch bijna dit geweldige verhaal niet gelezen hebben. In Suburbia heerst op dit moment de paardrijbroek met dito laarzen, maar volgend jaar vast ook weer de panterlegging!

  3. Zelf beschik ik over panter vestje en dito ballerina’s. Zeer Brabant sjiek, dacht ik als import Brabo. Niks is minder waar. Hoongelach en uitgescholden worden voor tokkie. Daar moet ik het helaas mee doen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *