Taalgebruik

Ik werd laatst uitgemaakt voor ‘ouwe commie’. Dat betekent, kinderen: oude communist. U weet wel, liefhebber van Stalin of Breznjev. Wie dat waren, kunt u opzoeken.
Los van het feit of de aantijging waar was (en natuurlijk klopt er geen iota van), blijft de vraag: kan men zomaar iemand van zoiets beschuldigen?
Als dat namelijk kan, volgens bijvoorbeeld de wet van de vrije meningsuiting, dan zou ik degene die mij zo aanvalt kunnen beschuldigen van, bijvoorbeeld, het bijl-incident met dodelijke afloop te Warkum. Ik weet niet waar Warkum ligt, en of er ooit iemand met een bijl heeft lopen zwaaien, laat staan met dodelijke afloop, maar u begrijpt me nu wel.
Er zijn grenzen aan de vrije meningsuiting. Grenzen van beschaving.

6 responses

  1. Ik hoop ook en u weet wel waarop; ik doe het bovenop de beschaving. Scheisse, u weet toch wel dat beschaving een dun vernisje is op het mensdom. Des neen dan heb ik dat met het voorgaande gedemonstreerd en behoort dat nu tot uw weten.
    Ik hoef u toch niet uit te meten hoe in de vorige eeuw de beschaving zich met tientallen miljoenen doden heeft getoond.

  2. We hebben het over twee verschillende dingen: jij hebt het over ‘de menselijke beschaving’, die er in de vorige eeuw bijvoorbeeld voor zorgde dat de koelakken en de joden werden vermoord. (En die er ook voor heeft gezorgd, ik noem maar eens iets op, dat ziekten als de pest, de pokken en meningitis niet meer dodelijk zijn.)
    Ik had het over een andere beschaving: de beschaving die bijna ieder mens eigen is of eigen kan worden, wanneer hij een beetje rondkijkt en verderleert, en waardoor hij een grote weerstand heeft tegen bijvoorbeeld moorden, stelen, liegen. In dat rijtje past ook: een voorkeur voor een behoorlijke omgang met anderen, ook en juist ook als die andere een tegenstander van je is.

    • Calvijn vatte de nadruk die Augustinus legde op de zondigheid van de mens samen in zijn bekende uitspraak:

      De mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.

      Ik geloof niet maar ik denk ook dat ieder mens op elk moment in staat is kwaad te doen. Daar hoef je geen Calvijn voor te zijn.

      Altruïsme is mooi, maar de regering zou van mij op goed doen mogen bezuinigen.

      • Maar Calvijn was dan ook een oerpessimist. Ik zou zijn uitspraak iets reëler willen maken: Sommige mensen zijn geneigd tot alle kwaad.
        Wat dat goed doen van de regering betreft: die ontwikkelingshulp kan wel weg. Beperk het tot noodhulp. Artsen zonder Grenzen, Rode Kruis etc.
        Verder moet elke regering van elk land het natuurlijk goed proberen te doen voor zijn eigen bevolking. Dat lukt niet erg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *