Correspondentie (6)

Dag Ben,

Mijn lief heeft vroeger, toen ze een heel klein meisje was dat de dood niet kon bevatten, aan haar vader de wens kenbaar gemaakt opgezet te worden, mocht ze onverhoeds komen te overlijden. Zodat ze dan in haar huis kon blijven wonen. Vond haar vader een te luguber idee om op in te gaan. Ikzelf zou graag aan de leeuwen gevoerd worden. In Artis of zo. Wel met een onderbroekje aan, want ik ben wat preuts aangelegd. Bovendien hoor ik de verontwaardigde ouders al: ‘Schande dat die man die verscheurd werd naakt was! Er waren kinderen bij!’ En een schandaal, daar wil ik Artis niet mee opzadelen. Maar de wetenschap, dat vind ik ook wel mooi. Dat die leerlingen dan, als de docent even niet kijkt, met je galblaas aan het voetballen zijn.

Nu ik dit schrijf is het vrijdagavond, 12 november. Bovengenoemd lief is met vrienden uit eten. Ik zit thuis, mijn zoontje slaapt (hij is zo ontzagwekkend lief, dat valt bijna niet te bevatten). De televisie staat aan, zonder dat ik er naar aan het kijken ben. Maar, nu ik het toch ter sprake breng, zal ik even beschrijven wat ik zie. Het is een quiz, waarin één iemand het opneemt tegen een groep mensen, waarvan er steeds meer afvallen. Geloof ik. Er zit een clown tussen. Ik heb geen zin om uit te zoeken hoe het precies zit. Ik heb een hekel aan spelletjes. (De vraag die nu beantwoord moet worden, is wat de achternaam van Raoul, de opvolger van Fidel Castro is.) Aan quizjes heb ik trouwens geen hekel, behalve als ze, zoals in deze quiz het geval is, de tijd onnodig lang rekken om de spanning te verhogen. Die spanning kan me gestolen worden. Vanavond lag het nieuwe nummer van Vice in de brievenbus. Niet dat ik daar op geabonneerd ben (ik had het zelfs nog nooit gelezen), maar ze hadden mij gevraagd of ik een stukje wilde schrijven. Gratis en voor niets, uiteraard. Eeuwige roem is tegenwoordig de enige vergoeding bij dit soort zaken. En een linkje naar je website. Afijn, hier kun je het eindresultaat lezen. Ik vertel hierin enige persoonlijke ervaringen omtrent grappen die andere mensen maakten en die ik niet begreep.

Het stukje is niet bepaald zonder slag of stoot tot stand gekomen. Ik had te maken met een nogal veeleisende redacteur die mij tot tweemaal toe aanspoorde een en ander om te gooien en toe te voegen, maar die, nadat ik de derde versie had ingeleverd, niet de eindredacteur bleek. De eindredacteur was het helemaal niet eens met het eindresultaat. Hij stelde voor om het drastisch in te korten. En het einde naar het begin te halen. Met als gevolg dat het veel meer op de eerste versie leek dan op de derde versie. Ik heb toen via de mail gemeld dat ik het maar een rare bedoening vond. Maar men deed maar. Of ik nog een eindzin wilde verzinnen. Had ik eigenlijk geen trek meer in. Dus, zei ik, doe maar de eindzin die ik voor de eerste versie had geschreven: ‘Gevoel voor humor, wat heb je er eigenlijk aan?’ Een prima eindzin, vond ik. En vind ik nog. Maar wat heeft men ervan gemaakt (hou je vast, Ben, ik hoop dat je goed zit, ik ga nu mezelf citeren terwijl ik die woorden niet geschreven heb):

‘Het kan lelijk misgaan, met een onschuldig gebbetje’
Zo’n zin, die zou ik nooit schrijven. Ik weet niet eens waar het precies op slaat, gezien het voorgaande. De titel ‘Grapjes begrijpen is best moeilijk’ is ook niet van mij. Zou ik ook nooit schrijven. Ik had: ‘Slechte grappen’ als titel. Aanvankelijk had ik ‘Humorautist’. Maar goed. Het is niet anders. Ik ben mij aan het beraden over mogelijke stappen. Die ik waarschijnlijk niet ga nemen. Wat vind jij daar nu van, Ben? Ga je zo om met stukken van mensen die gratis en voor niets in je blaadje schrijven? Misschien had ik niet gelaten moeten mailen dat het me ‘niet zoveel uitmaakte’ en dat ik me ‘misbruikt, vernederd, aangerand en uitgeperst’ voelde.
Zoiets zouden Belgen nooit doen. Denk ik. Maar ik moet weer door. Ik had nog wel wat willen zeggen over Balkenende, en diens leiderschap tegen wil en dank. Maar de zeehond moet nog gevoerd worden en ik had beloofd de douche winterklaar te maken.
Welgemeende groet,
je Max.

4 responses

  1. Je weet hoe IK met dit soort lui omga. Ik ben mijn hele leven gepest door stompzinnige redacteuren die mijn stukken misvormden (nog veel erger dan de jouwe want bij mij ging het van: “je bent Française, je weet niet hoe het hoort” en dan haalden zij een woord als “epitheet” eraf), tot ik jou ontmoette en het lekkere redacteurtje op AT5. Ik kan het nog steeds niet bevatten. Dat jullie dat zomaar kunnen, mij redigeren. Terwijl niemand anders dat kan. Ik ga nooit meer voor iemand anders schrijven. Heb het helemaal gehad.

  2. In haar autobiografie vertrouwt Fay Weldon ons haar geheime wapen in een soepele omgang met de Redacteuren: Ze levert een tekst in. Het word teruggestuurd met commentaren. Ze verandert het. Komt weer terug. Ze geeft de eerste weer. Klaar.

  3. Goedemorgen, OZ! Over de domheid der redacteuren wordt eigenlijk alleen in het Engelse taalgebied gesproken. Je zult er in het Franse, Duitse of Nederlandse gebied nauwelijks over horen. Maar de Engelsen hebben Kingsley Amis, Somerset Maugham en Anthony Burgess, en nu dus ook Fay Weldon, gehad, die allevier zeiden: stuur een tekst in, tekst komt terug, stuur de correcties in, correcties komen terug… stuur je eerste tekst weer in. En aangenomen!
    Ik denk dat er vast wel een domme redacteur zal zitten op Fleet Street, maar dat er al generaties lang uitsluitend domme en vergeetachtige mensen zitten, dat weiger ik te geloven.
    Niet alles wat Amis, Maugham of Weldon schreven, moet je geloven, bedoel ik te zeggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *