Het huisdier van: Mark Rutte

‘Als toekomstig premier heb ik natuurlijk geen tijd voor een huisdier. En aangezien ik al mijn hele leven toekomstig premier ben, heb ik nooit een huisdier gehad. Ook als kind niet, een aantal slakken die ik in een leeg jampotje met gaatjes in de deksel bewaarde daargelaten. U hoort mij hierover niet klagen, maar u weet hoe dat gaat: soms praat men in je nabijheid over huisdieren. Over vrouwen heeft men het al niet meer als ik in de buurt verkeer, maar dat ik geen huisdier heb, dat weten de meeste mensen nog niet. Meestal probeer ik heel subtiel over een ander onderwerp te beginnen, want ja, je schaamt je toch, maar onlangs, tijdens de coalitiebesprekingen, toen we al lang uitonderhandeld waren maar Maxime het een en ander nog even een paar dagen wilde rekken, zodat  de CDA-leden maar twee in plaats van zes dagen hadden voordat het CDA-congres begon, toen zaten wij daar maar aan die onderhandeltafel ons een beetje te vervelen en ja, toen kwam het onderwerp weer ter sprake. Schoorvoetend bekende ik dat ik geen huisdier had, en deze ook nooit had gehad. Even was het stil. Bij Maxime zag ik dat de tranen in zijn ogen stonden. En Geert… Geert zat maar vol ongeloof voor zich uit te staren. Maar weet u nu wat zo leuk is – en daaraan kunt u zien wat een ontzettend aimabele, warmbloedige inborst de man heeft: de volgende dag kwam Geert met een doosje aanzetten dat hij aan mij overhandigde met de woorden ‘Alsjeblieft Mark, je eerste huisdier.’ Ik maakte het doosje open, en weet u wat er in zat? Een dooie mus. Zelden zo blij geweest.’

24 responses

  1. Eindelijk wordt het een keer gezegd: de tranen in de ogen van meneer Verhagen. Ik ben een alcoholist geweest, en ik weet wel: dat komt niet door de stress enzovoorts, dat komt door de drank. Daardoor is dus dit kabinet er gekomen: drank.

  2. Zou zomaar kunnen. Lekker de hele nacht doorzakken in de kelder van Nieuwspoort en dan dat hele regeer- en gedoogakkoord op een paar bierviltjes in het onleesbare dronkemanshandschrift van Maxime ‘IK HOUD VAN DEZE PARTIJ, BOEHOE’ Verhagen en dat je er dan een paar dagen later, als je alles nog eens terugleest maar dan nuchter, achter komt dat het allemaal waardeloze bullshit is wat je daar hebt opgeschreven.

  3. Ja, en het ís waardeloze bullshit wat ze opgeschreven hebben. Of je het nu van een linkse kant of van een rechtse kant bekijkt: treurnis, rommel, ouderwets gedoe.
    Ik begrijp ook niet waarom ze dat regeerakkoord niet even binnen een dag geschreven hadden kunnen hebben. Zeg nou zelf: zoiets schrijf je toch in anderhalf uur bij elkaar?
    Ik bied mijzelf aan om voor de volgende onderhandelingen, die na de verkiezingen van volgend jaar zullen volgen, een akkoord te schrijven. Makkelijk zat.

  4. Misschien kun je alvast beginnen met schrijven. En dat dan partijen die zich geïnteresseerd tonen kunnen ‘aansluiten’, om met Mark Rutte te spreken.

    Waar die ineens z’n arrogantie vandaan heeft gehaald is mij trouwens ook een raadsel. Daags na de verkiezingen was hij nog zo bescheiden, nog zo vol van de verantwoordelijkheid die de VVD diende te dragen. En wat was daar een paar maandjes later nog van over? Niks, meneer. ‘t Is allemaal stoerdoenerije, maar dan wel van het wanhopige soort.

    En straks zitten wij met Fredje Teeven als Minister van Veiligheid opgescheept. Zijn we weer mooi klaar mee. Bedankt, Mark Rutte. Met je afgelikte vingers.

  5. Jammer, ook hier weer gevangen in het moderatie-filter, alhier eufemistisch omschreven met:
    “U wacht op goedkeuring”; “tot in eeuwigheid, amen”
    jammer nu ik net begonnen was in lichterlaaie verrukking met grootse opgewondenheid ene nurkse gastbijdrage ter wederzijdse goedkeuring gereed te maken ter aanbieding tot de ‘Lezers’ in Nurks.

    Het huisdier van een onaangenaam mensch in den Haarlemmerhout.

    Onbegrijpelijk veel menschen hebben familiebetrekkingen, vrienden of kennissen te Amsterdam. Het is een verschijnsel, dat ik eenvoudig toeschrijf aan de veelheid der inwoners van die hoofdstad. Ik had er voor een paar jaren nog een verren neef.

    Ik ken vele menschen, die nog al ophebben met hunne Amsterdamsche neven, vooral als ze tot de ‘Lezers’ in Felix (Meritis) behooren, of als ze rijtuig houden; maar ik heb dikwijls verbaasd gestaan over mijne verregaande koelheid omtrent den persoon van mijn neef Robertus Nurks; en niets verschrikkelijker, dan wanneer hij mij zaterdagmiddag per diligence een steen zond met een brief er aan, inhoudende dat hij (mits het weer goed bleef en er niet, maar dat kwam er nooit, het een of ander in den weg kwam) met mij den dag in den Haarlemmerhout zou komen doorbrengen; niet dat ik iets tegen het gemelde bosch heb, maar wel iets tegen z ed.

    Ik had een Leidschen makker bij mij gelogeerd, met wien ik te Zomerzorg eten zou, om vervolgens over Velzerend naar Velzen te wandelen, waar wij den nacht zouden doorbrengen om ‘s morgens naar de Breezaap te gaan en aldaar wat te botaniseeren, waarvan wij beide groote liefhebbers zijn. Ik hoop dat niemand van mijne lezers mij daarom verachten zal, naar de gewoonte van vele menschen, die aan de waarde en het gehalte van genoegens twijfelen, die zij niet in staat zijn te beoordeelen. Mijn neef Nurks behoorde tot dezulken.

    Het opgemelde plan was met groote opgewondenheid en wederzijdsche goedkeuring gemaakt. Het was als of onze zielen er in samensmolten. Ik beloofde mijnen (Leidschen) medischen student; wiens naam omdat hij bang voor recensenten-hatelijkheden is, ik heb moeten beloven te verzwijgen, en wien ik daarom voor ‘t gemak Boerhave zal noemen; ik beloofde mijnen medischen student, behalve de schatten van de Breezaap, ook nog bloeiende exemplaren van Aristolochia Clematitis, op den weg tusschen Zomerzorg en Velzerend en, daar hij ook eene verzameling van conchiliën er op nahield, stond hij in lichterlaaie verrukking, toen ik hem verzekerde dat op de hoogte der Blauwe Trappen de wijngaardslakken over uw laarzen kruipen of ‘t zoo niets is.

    Maar de steen uit Amsterdam verbrijzelde al die zaligheden, en het gansche plan moest worden uitgesteld onder de voor ons verschrikkelijke gedachte, den geheelen dag in Den Hout te zitten; want een fatsoenlijk Amsterdammer komt alleen in Den Hout.

    Wij gebruikten koffie en brood, welke beide artikelen de eer hadden de volkomen goedkeuring van mijn neef weg te dragen.

    ‘Die vriend van jou lijkt sprekend op dien schoenenjood, die altijd op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht staat;’ – en toen ik groote oogen opzette, – ‘och ja, je weet wel, die leelijke kerel! net of hij een trap van een paard gehad heeft.’

    Nu, op dat oogenblik kwam Boerhave weer binnen. Over de gelijkenis met den schoenenjood, op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht, kon ik niet oordeelen, omdat de respectieve aangezichten der respectieve schoenenjoden van Amsterdam mij niet duidelijk en onderscheiden voor den geest stonden; maar op mijn vriends gelaat iets te lezen, dat denken deed dat het ooit in eenige onvermakelijke aanraking geweest was met het viervoetig dier door den vleienden Nurks genoemd, was mij t’ eenenmale onmogelijk.

    (Toen) begon mijn vriend (Nurks) een verkwikkend tafereel op te hangen van de veelheid der jonge doctoren, die in Amsterdam, zonder brood, op dure kamers woonden en allerlei laagheden doen moesten om een bus te krijgen, en dergelijke opwekkelijke voorstellingen meer, recht geschikt om een medicinae candidatum in zijn studiën aan te moedigen, terwijl hij ze allen bekroonde met de plechtige verklaring ‘dat er niet één medicus in de wereld was, wien hij, Robertus Nurks, wat hèm betrof, (vanwege vermeende allergieën) zelfs maar over zijn kat vertrouwde’.

    Van een goedigen krulhond, die met veel liefde door een oud man gestreeld werd, heette het ‘Wat een mormel!’ Van een paar schimmeltjes, die voor de deur stilhielden en waarmee de eigenaar met groot zelfbehagen pronkte: ‘Leelijke koppen!’

    Wij gingen Houtwaarts. Het was ruim één ure. Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd. De nachtegalen komen in ‘t voorjaar, de vinken en lijsters in ‘t najaar; de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht. Zoo is het ook met de menschensoorten. Al wie met de duizend en een speciës van het genus Haarlemmer bekend is, weet dat zij allen des zondags haar verschillenden wandeltijd hebben.

    Na (eene heelen langen middag) al dergelijke jammeren kregen wij den goeden, besten, liefdekweekenden en vriendhoudenden Robertus Nurks aan ‘de Bel’ in de diligence. Nog even stak hij het hoofd uit het portier om ons toe te roepen: ‘Niet veel zaaks!’ ‘t welk het reisgezelschap, op goede gronden, op zich kon toepassen. Daar reed hij heen. Wij wandelden tezamen nog even de poort uit; want ik noem het hek met alle Haarlemmers, die de poort gekend hebben, nog altijd met dien naam. En toen wij, over het Hazepatersveld heenblikkende, de zon zagen, die bloedrood onderging en hare schoone tint mededeelde aan de witte schuimige wolkjes, die als dunne sluiertjes door de lucht dreven, durfde ik Boerhave een mooien Maandag voorspellen, en vergat hij in ‘t vooruitzicht van bloeiende Aristolochia Clematitis en levende wijngaardslakken, spoedig geheel en al den beminnelijken bloedverwant, waarmee ik hem had in kennis gebracht.

    Les escargots de Bourgogne (Helix pomatia)

  6. O ja? Ik dacht dat het een parodie op de Camera Obscura was. Ik kan me ook niet herinneren dat daar een Robertus Nurks in voorkwam, maar ik heb het boek dan ook 30 jaar niet in handen genomen. (Je moet je klassiekers ook bijhouden, jongen.)

  7. Ik heb Camera Obscura nog nooit helemaal gelezen, maar dat meneer Nurks erin voorkomt, daar ben ik vrij zeker van.

    Cole, verlos ons.

  8. Ik heb die C.O. al van de plank gehaald, ik ga hem herlezen. Ik heb hem nog in de oorspronkelijke spelling. Ik ga ook zeker nog eens een Dirkswoud-stukje schrijven in die volkomen onlogische, totaal verknipte, prachtige spelling.

  9. Ja, daar hebben we ’m. Helaas is het uit een hertaalde (verspelde) Camera Obscura. Ik denk dat Roderick Cole, net als ik, een originele C.O. bezit.

  10. Moderatie ende Goedkeur gewenscht!

    Geeft mij meteen nog de gelegenheid om Rigo Reus te bedanken voor zijn deskundige medewerking.

  11. Ach. Rigo!
    Ik heb ondertussen de hoofdredactie (Max Molovich, Klara Finch, Karel de Wild en Faye Gramsch-Bonolev) aangeraden, stukken van Roderick Cole te plaatsen. Of men naar mij zal luisteren, weet ik natuurlijk niet.

    • Oeps, was bovenstaande niet aan Roderick gericht, @Rigo?

      Vooruit het was laat heer @Reus, deskundige medewerking kan wel vervangen door:
      “deskundig commentaar” of “historische tips/aanwijzingen” “jarenlange vriendschap” “aangename aanwezigheid” “vriendelijke bereidwilligheid” “onbaatzuchtige bijstand” “bemoedigende handreiking” “mooie relatie” “schragende assistentie” “begeertewekkende verkering” “klevende adhesie”.

  12. Ik denk dat de hoofdredactie mij inmiddels een ban heeft gegeven.
    Ik krijg wel de mededeling dat ik al tweemaal hetzelfde heb gereageerd, maar zie verder niets. Is 20 het maximum voor een korte nurks?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *