Correspondentie (2)

Dag Ben,

Ja, er zijn inderdaad verschillen tussen mensen. Zo heb ik nog nooit een depressie gehad en zo zal ik er, vermoed ik, ook nooit één krijgen. Ik ben dan ook een gezegend mens. Daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Het is ook niet dat ik je jaloers wil maken. Ik zeg het gewoon zoals het is. Dat moet van meneer Wilders en meneer Rutte. Zeggen zoals het is. Anders word je in het schavot gegooid. Op water en brood. Laten ze de ratten aan je vochtige wonden knagen.

Anafranil. Ik vraag me altijd af hoe lang ze daar nu over hebben zitten nadenken, over zo’n naam. Zou het succes van de pil er enigszins van afhankelijk zijn? Zou er een betere pil bestaan met een slechtere naam die het niet gehaald heeft? Of een slechtere pil met een betere naam? Als ze het gewoon clomipraminehydrochloride hadden genoemd, wat het is (heb ik net opgezocht), dan zou het vast minder succesvol zijn geweest. Dan had jij het hier misschien niet genoemd, bijvoorbeeld.

Je wilde het over Belgen hebben. Herman van Molle is mij inderdaad bekend. Ik mag ’m graag. Hij had een paar jaar geleden een heel aardig reisprogramma, dat Zalm voor Corleone heette. Daarin wilde Herman zogenaamd met de dochter van een maffiabaas trouwen. Die maffiabaas vond dat goed, maar dan wilde hij wel een bepaalde soort zalm cadeau krijgen. Naar die zalm ging Herman dan op zoek. En zo reisde hij door gans Europa en maakte hij van alles mee, waarover hij dan met die aangename verteltrant van hem verhaalde.

Jaren geleden was ik geabonneerd op Humo, het beste Nederlandstalige blad ter wereld. De Humo heeft mij leren schrijven, zeg ik altijd. Dankzij Humo werd ik fan van de Belg. Hun superieure bescheidenheid sprak mij erg aan. Later ben ik mij gaan irriteren aan de Belg. Die bescheidenheid was al te vaak verlegenheid of verpakte verongelijktheid. Vooral ten opzichte van de Nederlander. Alsof wij een soort lompe, oudere broer zijn die altijd ten onrechte de aandacht heeft opgeëist en die waar en wanneer hij kon zijn jongere broertje vernederde. Die verongelijktheid vond zijn voorlopige hoogtepunt in het verlies van Fortis. Met Wouter Bos als de kwade genius die de arme Belgen in de val had laten lopen. En je zou ook eens voor de grap na tien uur ’s avonds door van die Belgische dorpjes moeten rijden. Allemaal troosteloze bakstenen huisjes. Allemaal de luiken dicht. Daarachter regeert de angst. Die is bijna tastbaar.

Maar ik dwaal af. De Belg is een van mijn favoriete onderwerpen. Het is ook een wonderlijk volkje. Aan de ene kant zwelgen ze in zelfhaat en in zelfmedelijden, aan de andere kant voelen ze zich te goed om anderen voor vol aan te zien. Ik generaliseer natuurlijk. Een hoop Belgen zijn mij dierbaar. Maar het is echt een volk met een minderwaardigheidscomplex. Dat zal toch wel door die taalkwestie komen. Een permanente identiteitscrisis. Ga d’r maar aan staan. Wij zitten hier nu alweer bijna tien jaar in een identiteitscrisis. De Belgen zijn al zo’n 170 jaar schizofreen. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. De Vlamingen en Walen haten elkaar, volgens mij. Vroeger lagen de Walen bovenop, nu de Vlamingen. Het is een worsteling.

Wat vind jij trouwens van onze nieuwe leiders? Ik vind het zelf werkelijk niet om aan te zien. Je hoeft maar naar die bordesfoto te kijken of de eerste woorden van Prediker komen binnenwaaien, qua ijdelheid der ijdelheden, ’t is al ijdelheid. Het liefst hadden ze allemaal hun overhemd van hun borst gerukt en een Tarzan-kreet ten gehore gebracht. Ik dacht altijd dat zo’n Rutte nog wel een fatsoenlijke jongen was. Maar dat is ook een soort corpsballetje geworden dat de rest van de wereld als een spoelbak beschouwt waarin je kunt kotsen als je weer eens teveel hebt gezopen.

Over kunst ga ik het nog even niet hebben. Ik heb een nogal brede smaak. Of dat een zegen is, laat ik in het midden. Lees jij H.J.A. Hofland wel eens? Zoals hij er tegenaan kijkt, zo ongeveer kijk ik er ook tegenaan. Maar daar hebben we het nog wel eens over. Net als over dat groeten. Ik ben zelf blij dat ik in Amsterdam niemand hoef te groeten. Vanaf het allereerste begin dat ik hier voet aan wal zetten, voelde die anonimiteit als een warm bad. Ik kwam uit een dorp, moet je weten, waar iedereen iedereen kende en iedereen elkaar groette, behalve als er ruzie was. Niet dat ik daar gek van werd. Maar met terugwerkende kracht begreep ik waar ik al die jaren naar gesnakt had. Naar anonimiteit. En dan geen Belgische anonimiteit, die voor het grootste deel uit angst en argwaan voor de ander is opgebouwd. Maar open anonimiteit.

Hier laat ik het even bij. De zwaluw moet nog water krijgen en de grondeekhoorn heeft een klein griepje. Mijn aanwezigheid is elders nodig!

Welgemeende groet,

Max.

10 responses

  1. De grondeekhoorn en z’n griep, hij moet gewoon even een das omgeknoopt krijgen. Ik bedoel dus een textiele das, niet het zoogdier. Maar tragisch genoeg, want de eekhoorn moet juist nu juist zijn/haar tijd goed benutten met noten verzamelen (en onthouden waar die verbergplaats ook al weer was), en vroeg naar zijn eekhoorntjesbed met een grog. Water voor de zwaluw, dat lijkt me een crime, wanneer komt dat ding toch aan de grond bij z’n drinkfles? Trouwens Ben & Max, jullie weten dat jullie briefwisseling voor ieder te lezen valt? Wie is er vergeten om op de verbergen-knop te drukken?

  2. Pillen en de naam die hen gegeven wordt.
    Het lijkt mij een zelfde proces als de naamgeving aan een parfum.
    Het moet een associatie oproepen denk ik.
    Anafranil, het meisje.
    Seresta, de kalmte.
    Viagra, de overwinning.
    (Ik associeer maar wat hoor.)

  3. Ja, maar wat ik mij dus afvroeg was of een goede pil met een slechte naam meer of minder kans op succes heeft dan een slechte pil met een goede naam.

  4. Ik denk dat een goede pil met een slechte naam meer succes zal hebben. Dat succes hangt namelijk niet alleen af van degene die hem inneemt, dat hangt meer af van de voorschrijvende arts. Die zal eerder geneigd zijn een goede pil voor te schrijven.

  5. Dat denk ik ook. Maar aan de andere kant: artsen zijn ook gevoelig voor marketing. En vroeger werd er ook nog eens heel erg veel door de fabrikant gedaan om doktoren te bewegen dit of dat voor te schrijven in plaats van dat of dit.

    Maar uiteindelijk zullen de goede pillen wel overleven. Hoe slecht hun naam ook is.

  6. De vraag is niet alleen of de betere pil overblijft, maar ook of de beste pil overblijft.
    En dat waag ik te betwijfelen.
    Stel; een farmaceut vindt 2 pillen uit.
    De ene maakt je beter na 1 dosering.
    De ander doet dat ook, maar pas na 20 doseringen.

    Welke pil brengt de farmaceut op de markt denk je?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *