Troonrede

Leden van de Staten-Generaal,

Ons land bevindt zich thans op een kruispunt. Daar heeft het al vaker gestaan, wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Eigenlijk is er nooit iets nieuws onder de zon. Ik ga al een aantal jaartjes mee, moet u weten. Ik heb uw voorgangers zien komen, ik heb uw voorgangers zien gaan. Ik heb dezelfde blikken in de ogen van uw voorgangers gezien. Het waren altijd blikken die blaakten van het zelfvertrouwen, die schitterden van het eigen gelijk, die fonkelden van de misplaatste arrogantie.

U denkt ons niet nodig te hebben. En daar heeft u een punt. Wij hebben u waarschijnlijk harder nodig dan u ons. Dat weten wij. Maar wij zeggen u: onderschat ons niet.

Maar wij dwalen af. Wij worden nu geacht hier een verhaal te houden waarin een kabinet dat eigenlijk niet meer bestaat haar beleid verantwoordt. Over een half jaar  mag u dit verhaal vergeten, dan is er een ander kabinet, met een heel ander beleid en met hele andere principes. Het zal niet het kabinet zijn dat thans bezig is vorm te krijgen. En als het er toch komt, zal het geen lang leven beschoren zijn. Wij zeggen het maar zoals het is.

Wij doen dit niet voor onze lol. Integendeel. Wij doen dit uit plichtsbesef. En omdat een van onze onderdanen, de heer Max J. Molovich, ons deze woorden laat zeggen. Hij is trouwens de enige niet. God beware ons. Nog nooit zijn er zoveel troonredes geschreven als dit jaar. Het stikt van de stukjesschrijvers van zeer divers allooi die het nodig hebben geacht ons hun woorden te geven. En waarom? Opdat ze hun eigen spitsvondigheden wilden delen. Of delen is het juiste woord niet: zij wilden hun eigen spitsvondigheden in uw gezicht smijten, zoals Willem-Alexander vroeger altijd kikkers tegen de muren van Paleis Noordeinde smeet.

Maar wij dwalen wederom af. U wist dat deze troonrede anders zou zijn dan anders. U had het waarschijnlijk al gezien aan ons hoedje waarop een piepschuimen middelvinger prijkt. Die middelvinger treft niet alleen u, die treft heel ons volk. Wij hebben er namelijk genoeg van.

Om alle twijfel omtrent onze gevoelens jegens u weg te nemen, gaan wij ons thans omdraaien. U denkt wellicht: wat doet onze vorstin nu? Waarom bukt zij? En waarom draait zij zich om? Is zij wellicht Islamitisch geworden en bidt zij richting Mekka? Wij hebben het overwogen, u kunt zich ongetwijfeld indenken waarom, maar wij hebben er vanaf gezien. Te makkelijk. Nee, de reden van ons bukken is een geheel andere. U ziet ons nu onze jurken en onderrokken omhoog halen. U kijkt thans tegen ons ondergoed aan, dat wij vervolgens naar beneden halen opdat u, ja, u ziet het goed, opdat u recht in de aars uwer vorstin kunt kijken.

De heer Molovich, schrijver dezes, wenst overigens met klem te benadrukken dat hij ons dit niet laat doen om mij, zijn geliefde vorstin, uw staatshoofd te beledigen. Integendeel, het is juist bedoeld als hart onder de riem. En zo wensen wij het ook op te vatten. Wij zijn de heer Molovich zeer erkentelijk dat hij ons dit laat doen. Zo vaak krijgen wij niet de kans precies te zeggen wat wij van u denken. Kijk er maar eens goed naar. Dit is wat ik van u vind, dit is hoe ik over u denk. Spreek er schande van en zoek het lekker maar uit. Volgend jaar zit mijn zoon hier. Ik heb er geen zin meer an. U kunt de pot op.

Het ga u goed. Of niet.

6 responses

  1. In 1966 stelde Gerard Kornelis van het Reve God voor als een grijze ezel, die hij in zijn ‘geheime opening’ pakte. Dat mocht hij toen van de rechter zeggen. Dan moet deze véél en véél kleinere overtreding ook mogen.

  2. Ik zoek me suf naar de verborgen boodschap. Even kijken met welke letter de eerste zinnen beginnen… O.D.E…. het is een ode… een ode aan…? Ik kom er nog op terug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *