Peertje

Dieter Binninger had de vijfenzestig jaren dat hij leefde al een klompvoet. Of zoals dat vroeger wel werd genoemd: een horrelvoet. Hij was er niet alleen naar gaan lopen, ongemakkelijk en schokkerig, maar ook naar gaan leven: beschaamd en bespot. Dat laatste kwam vooral omdat hij op zijn zesde van zijn oom – die geen echte oom was, maar die wel voor hem zorgde gedurende zijn jeugd – te horen had gekregen dat die horrelvoet de reden was dat hij als baby met de rest van het genetische afval op de stoep van het Lebensborn Hotel was gezet om aldaar later te worden opgehaald en ‘verwerkt’ door een SS-commando uit Bad Sollingen.

Dieter zijn oom was een gierige man. Zeg maar gerust een vrek. Hij had Dieter dan ook niet uit louter altruïstische motieven in huis genomen. Dieter moest elke nacht weer bewijzen dat zijn oom er goed aan had gedaan hem in huis te nemen en dat hij zijn steentje kon bijdragen. Het laatste het liefst in Amerikaanse dollars als het aan zijn oom lag.

In het duister van zijn peeskamertje werd Dieter vanaf zijn negende verjaardag elke nacht op alle mogelijke manieren gepenetreerd en misbruikt door hordes pedofiele Amerikaanse soldaten. Vandaar dat Dieter nu een hekel heeft aan ooms, Amerikanen en dan in het bijzonder Amerikaanse soldaten en bovenal het duister.

Dieter is niet, zoals zo velen wel, gaan zwelgen in zijn eigen trauma’s en angsten. Nee, hij heeft er wat aan gedaan. Ten eerste heeft hij op zijn zesentwintigste verjaardag zijn oom in zijn slaap overmeesterd, vastgebonden en met een gewicht aan zijn voeten in de Elbe gegooid. Ten tweede heeft hij een praktijkcursus Internationaal Terrorisme (Terrorisme for the Advanced in Age; an Introduction in Eight Hands-on Sessions) gevolgd in Afghanistan en zodoende een aantal Amerikaanse soldaten (naar hij aanneemt; pedofiele) kunnen neerschieten en vervolgens op hun hoofd gepist.

En hij heeft een eeuwig brandend peertje uitgevonden.

‘Een gloeilamp die nooit stuk gaat dus…,’ zei de man van het octrooibureau.

‘Jawohl.’

‘Meer dan 150.000 branduren…’

‘Richtig.’

‘Daar zullen de grote lampenfabrikanten wel niet blij mee zijn…’

‘Genau.’

‘In feite heb ik gisteren de eerste bezwaarschriften en copyright-claims binnen gekregen…’

‘Ach so…’

‘Maar als ik het goed begrijp wilt u de mogelijk jarenlange juridische strijd met deze elektronicagiganten toch aangaan..?’

‘Stimmt.’

One response

  1. Hmm.

    “Die von Binninger postulierten Vorteile der Ewigkeitsglühbirne konnten nicht belegt werden, in den Patenttexten finden sich fachliche Fehler bei der Effizienzberechnung. Dies sowie die Entwicklung von Energiesparlampen und LED-Lichtquellen mag ein Grund für das Desinteresse der Lampenindustrie gewesen sein.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *