Mark, Geert en de rest

‘Dan doen we die steunbalk daar,’ zei Mark, terwijl Maxime hem omhoog hield.
‘Wat lul je nou stom, apenbek,’ mopperde Geert, ‘Je moeder. Hee misschien moeten we brilsmurfentax doen daar. Lul.’
‘Jajaja,’ zei Mark, ‘Hou jij hem maar gewoon even hier vast, ok?’
Geert mopperde verder en hield de steunbalk vast.
Scheef. Natuurlijk. Maxime keek geïrriteerd weg maar zei niets.
‘Iets meer naar rechts Geert,’ zei Mark.
‘Iets meer naar rechts in je reet. Apenknots,’ zei Geert, verschuivend. Nog steeds scheef.
‘Gewoon zo,’ bitste Maxime met zachte stem en ferme correctie. Geert keek pisnijdig voor zich uit.
‘Ik laat het gewoon vallen. Als ik daar zin in heb,’ fluisterde hij.
‘Wat?’ vroeg Maxime.
‘Niks,’ zei Geert, verder fluisterend, ‘…Kankerbal gehakt.’

Een dreigende aanwezigheid kwam ritselend door de struiken zetten.
‘WAT zijn we aan het doen? Precies hier?’
Oh oh. Mark zijn hoofd zakte instinctief iets in zijn schouders.
‘Hm? Mark? Wat doet HIJ hier?’
Mark zette zijn brilletje recht op zijn neus en begon met trillende stem te spreken:
‘We zijn gewoon de hut aan het bouwen Job. Laat ons maar gewoon met rust.’
‘Oh met rust laten,’ knikte Job, ‘Oh ja.’

Geert keek Job vuil aan vanachter de rug van Mark. Maxime zuchtte.
‘Dus? Wat doet hij hier? Hij hoort hier niet.’
‘Geerts moeder vroeg of hij mee mocht bouwen,’ antwoordde Mark. Maxime rolde met zijn ogen.
‘Daar heb ik helemaal geen zin in,’ zei Job.
‘Je hoeft hier niet te zijn,’ antwoordde Mark.
‘Oh. Oh! Oh ja! Dat is waar. Jij wilt de baas spelen.’
Femke grinnikte naast hem. Bah. Mark kon haar wel schieten. Met al die make-up en die domme bos haar. Je kon echt zien dat dat wijf later zou opgroeien tot zo’n studentenneuker die op haar 40ste nog zou denken dat ze er als 18 uitzag. Wijn drinken omdat dat ‘cool’ is. Gatverdamme goor wijf. Hij zou haar niet eens willen tongzoenen zelfs als ze zou weten dat hij bestond.
‘Ik wil helemaal de baas niet spelen,’ zei Mark. Job gaf hem een duw.

‘Hij is stom,’ wees Job naar Geert. ‘Hij mag niet meedoen met de hut.’
Twee weken geleden was Geert gestruikeld tijdens tikkertje spelen, en toen moest Aisha lachen. Geert noemde haar toen een ‘Dikke klotewijf’ en toen moest ze huilen en Geert lachen en toen gooide Abdul zand in Geert zijn ogen die toen moest huilen en ‘Kankerbuitenlanders’ had geroepen. Sindsdien hadden ze ruzie, en Job had de kant van Abdul en Aisha gekozen en met een hele groep Geert na schooltijd opgewacht om hem uit te schelden totdat hij ging huilen.
‘Hij zei Kaa-buitenlanders,’ meldde Job met gespleten ogen van woede, ‘Das toch niet normaal? Vind jij dat normaal? Zo gaan we niet met elkaar om, Mark.’

Mark draaide zich om.
‘We zijn een hut aan het bouwen. Hij kan helpen,’ zei hij.
‘HIJ KAN NIKS! HIJ KAN ECHT GEEN HUT BOUWEN! LOESER!!’ riep Alexander op van zijn tekeningen. Hij was al 10 weken bezig om op papier een of andere tien meter hoge dakinstallatie te ontwerpen voor de hut, met laserspacekanonnen die ‘iedereen een keertje af mocht schieten’.
Mark en Maxime konden hem niet uitstaan. Femke wel natuurlijk, die was helemaal weg van hem omdat hij ‘zulke orginele ideeën had’.
De laatste tijd zat ze de hele tijd naast hem, en tekende zij het ontwerp voor de stal waar via het dak alle eenhoorns naar binnen konden vliegen. Maxime zei ook dat hij had gehoord dat Alexander haar eens echt getongzoend had. Kutwijf. Mark keek ze niet eens aan. Hij had eens nul fout bij rekenen en toen hij haar het stickertje liet zien reageerde ze onwijs stom en toen maakte Alexander een stomme grap en lachte iedereen hem uit. Klotebijdehand. Hij had die sticker voor haar verdiend maar nu dus echt niet meer. Kutwijf. Ze was nog lelijk ook, bosheks.

‘Nou ja,’ verzuchtte Job, ‘Ik ben er nu, dus hij is niet meer nodig. Dag GEERT. Ga maar ergens anders heen, om te huilen. Mark, hou jij die balk daar even vast en Maxime…’
‘IK WIL NIET WEG! KANKERLUL!!!’, riep Geert woedend. Femke, Job en Alexander zetten grote ogen op.
‘Hoorde je dat?? Vind je dat normaal ofzo?? Geert,’ zei Job dreigend, ‘Oprotten. Alleen leuke mensen mogen de hut maken.’

‘Ik vind jou ook niet leuk,’ zei Mark dapper.
Al Job’s spieren tot aan zijn gekromde tenen spanden.
‘Bepaal… JIJ? Soms? Wie leuk is?? Hm?? Ben jij er zo eentje?’
‘Ik wil gewoon aan de hut werken en van mij mag Geert meedoen, ik werk liever met hem dan met jou.’
Geert glunderde. Maxime keek weg. Het is dat hij Job een nog grotere eikel vond en dat Mark op dit moment de sommen op school beter snapte dan hem, want anders…

Job trok hardhandig Mark weg, en fluisterde woedend in zijn oor.
‘Ben jij gek geworden?? Besef je niet wat hij gedaan heeft??’
‘Jaja hij heeft ruzie met Abdul en Aisha. Nou en. Ik niet. Ook niet met hem. Hij is gewoon raar. Denk je dat hem buitensluiten en pesten de oplossing is? Dat hij zich daar normaal van gaat gedragen?’
‘Hij noemde Aisha en Abdul… KAA-buitenlanders,’ gromde Job. ‘En hij zit iedereen ALTIJD uit te schelden!’
‘Omdat hij de hele tijd gepest wordt!! Zou jij niet gedragsgestoord worden? Kijk dan,’ fluisterde Mark, samen met Job kijkend naar Geert, die woedend in zijn neus aan het wroeten was omdat een pulk er niet uit wilde komen, ‘Dat is gewoon zielig. Hij is gewoon simpel. Wat denk je nou te bereiken hem te pakken?’
‘Wat denkt hij ermee te bereiken? Met al dat gescheld??’, reageerde Job slim.
‘Ja maar dat doet hij…’ Mark zuchtte. ‘Het is niet goed te praten. Maar wat denk JIJ ermee te bereiken, deze eeuwige spiraal van agressie? Ik begrijp jou en ik begrijp hem, en ja, hij zal wel meer fout zijn. Door altijd zo te reageren. Maar als je deze situatie wil oplossen… Moet dan niet gewoon één iemand eens een keer mans genoeg zijn om zich NIET te laten meeslepen? Te stoppen met reageren op reageren? Te denken, nou ja het is hem maar, ik weet van wie het komt, laat hem lekker gaan?’
‘Ja nou,’ knikte Job, ‘maar wat denkt HIJ ermee te bereiken, hè? Met al dat gescheld??’
Hij stapte dreigend op Geert af en duwde hem tegen zijn schouder, waarop Geert gelijk begon te schelden: ‘JOB STOMKOP! HOU OP!!’
‘Hou zelf op,’ zei Job, verder duwend, ‘Hee. Hou nou op. Parvenu.’
‘ROTKOP!!! KANKERROTJOB!!’

Mark was het zat.
‘Kom nou op,’ zei hij tegen Geert, ‘gewoon negeren. We moeten de hut bouwen.’
‘WIJ moeten de hut bouwen!’, riep Job.
‘Ze hebben het aan ONS gevraagd,’ zei Mark zuinigjes.
‘Ze hebben het ons allemaal gevraagd,’ zei Job, Mark stompend, ‘Je moet SAMENwerken.’
‘Ik wil samenwerken met hem!’ riep Mark, tranen terugvechtend.
‘Met hem KAN je niet samenwerken,’ gromde Job, naar de hut stappend en een tak uit de muur trekkend.
‘Zie je, dat komt ervan. Als je met hem samenwerkt.’
Job begon aan een andere tak te trekken, die diende als steunbalk.
‘Hier… *hnggrhh* jullie kunnen niet eens…’ gromde Job, nog harder sjenkend, ‘…een… UUunnggrrhhh…’
KKRRRAAAKKK. Een hoek van de hut begon in te storten.
‘…Stevige hut bouwen. Wat kunnen jullie wel?’
Mark stond vastgenageld aan de grond, bovenlip trillend, vuisten gebald. Als Job toch niet zo groot en gemeen was!!
Job deed een paar stappen terug en raapte een steen van de grond.
‘Gaat lekker, die hut met Mark. Hier. Hoo, daar gaat weer een raam.’
Een keer de steen losjes opgooien, vangen, strekken, werpen KLANG. Job had hem recht door de ruit gesmeten die Geert had meegekregen van Ishmael, zijn enige vriendje.
‘KANKERKUTLUL!!’, riep Geert uit.
‘Lukt niet he?’, zei Job, de resten van de ruit uit het raam trappend, ‘Oeps, daar gaat de hut. Lukt niet met jullie clubje he? Een hut bouwen. Dat kan alleen ik.’
‘IK HAAT JE!’, gilde Geert, ‘IK HAAT JE KANKERMOEDER! MET KANKER!!’
Hij vloog op Job af, maar Femke en Alexander lieten hem struikelen, sprongen boven op het spartelende kereltje en trokken lachend zijn broek uit.
‘Broek! Uit! Sliep! Uit!!’, riepen ze, de broek in een boom gooiend. Geert begon keihard te huilen.
‘Hou nou op,’ fluisterde Mark. Maxime was ondertussen al lang naar huis gelopen. Job hoorde niets boven het gekraak van de takken.
‘Ik had iedereen gewaarschuwd,’ gromde Job, ‘Samenwerken met die gek kan alleen maar leiden tot gesloopte hutten. En zie? Wie heeft er al die tijd gelijk gehad?’
‘Gaat lekker met Mark!! Hij kan niet eens een simpele hut bouwen zonder dat die instort!!’, riep Femke.
‘JA SOMMEN! DAT KENNIE! MET ZIJN KLEINE PIKKIE!!’ riep Alexander terwijl hij natte vingers in Geert zijn oren probeerde te stoppen. Femke lachte. Zo hard, vond Mark. Zo hard.

Jan en Janneke keken het even aan. Janneke begon aan haar jurk te frummelen. Jan smekte zijn lippen en keek om zich heen. Dit gelul duurde nou al een HELE lange tijd. Jaren. Eeuwen, leek het wel. Elke keer was het weer iemand anders die het voortouw nam en nooit kwam die hut af. Het ergste was nog dat ze er oorspronkelijk niets mee te maken hadden: Jan en Janneke waren, toen de andere jongens nog op school zaten, zelf begonnen met de hut te maken. Het was HUN idee. Toen kwam de rest, om ongevraagd te ‘helpen’ met bouwen, want ‘daar waren ze beter in dan hun’. Maar die verdomde ruzies sloopten de hut. ELKE. FUCKING. KEER. WEER.
Jan en Janneke wilden dat ze ergens anders opnieuw konden beginnen. Maar overal waren dit soort jongens. Die betweters die alles voor iedereen VERPESTEN. LAAT ZE TOCH GODVERDOMME HELPEN DIE HUT TE BOUWEN OF ANDERS AF!KANKEREN, KUTKAKKERLAKKEN!!! GA JE MOEDER PESTEN!!!

19 responses

  1. Het mooie vind ik dat het verhaal een moraal heeft. Die arme Jan en Janneke blijken aan het eind net als Geert te zijn geworden. Dat komt er dus van…

  2. Meneer Kippfest, ik moet mijn mening over u herzien. U bent toch geen hysterische psychopaat. U heeft veel verstand van ruzies, en u bent zelfs grappig. Zo grappig dat ik er hard om moest grinniken. Niet luidkeels lachen, maar toch hardop grinniken, en dat op mijn werk.

    KANKERLUL! Oh pardon, ik liet me even meeslepen.

  3. Daag die jongen nou niet uit. Geheid dat ik volgende week een stuk in m’n mailbox tref dat zelfs Charles Manson een ‘nou nou nou, moet dat nou’ zou ontlokken, mocht hij inmiddels Nederlands hebben geleerd in de lik.

  4. Ik wou net zeggen! Geen hysterische psychopaat. Ik ben er gewoon een beetje confuus van. Anyhoo, mijn favoriete ding van dit stuk is dat ik alleen een hut hoef toe te voegen om het de kinderen te laten zijn als welke ze zich gedragen.

  5. Godverdomme, dit is heel, heel goed. Ik las het eerste blokje, dacht “even kijken hoe lang het nog is”, behoorlijk lang dus, besloot maar meteen mijn commentaar te schrijven, ga nu mijn pizza uit de oven halen en lees het uit. Ik bedoel, zelfs als de rest maar half zo goed is is het heel goed.

  6. Wat een verschrikking! Ik zag Femke op TV en moest hier de hele tijd aan denken. Mijn perceptie van de wereld in het algemeen en van de politiek in het bijzonder is voorgoed veranderd. En het is allemaal de schuld van bloody Kippfest.

  7. Lang geleden stond ik met me eige site bovenaan de zoekresultaten als ik op “kankerkankerkanker” zocht, and that sure made my day!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *