Matthijs van Nieuwkerk

Matthijs van Nieuwkerk is uitgeroepen tot beste interviewer van Nederland. Ha! En dat terwijl ik Matthijs van Nieuwkerk nog nooit op het houden van een interview heb kunnen betrappen.

Maar goed. Laten we voor de gelegenheid Matthijs van Nieuwkerk een interviewer noemen. Ook al heeft het niks met interviewen te maken. Tenminste, als je ervan uitgaat dat bij een interview de interviewer geïnteresseerd is in het antwoord van de geïnterviewde. En dat is Matthijs van Nieuwkerk nooit.

Wat doet de interviewer Matthijs van Nieuwkerk? Het begint bij de aankondiging. Daarin trekt Matthijs van Nieuwkerk zijn laatje superlatieven open. Hier openbaart zich het ware talent van Matthijs van Nieuwkerk: de gast murw complimenteren. Wie hij ook te gast heeft, hij of zij krijgt in een moordtempo zoveel veren in de reet gepropt dat deze, naar adem happend, in het verhoor dat volgt niets anders kan dan beamen wat Matthijs van Nieuwkerk vraagt.

(Pure intimdatie. Nu de Zaanse Methode niet gebruikt mag worden, zouden rechercheurs eens de Methode Van Nieuwkerk moeten proberen. De verdachte het graf inprijzen, kapot complimenteren met de schitterende moorden die hij heeft gepleegd, zodanig je bewondering uitspreken dat de verdachte niet anders kan dan beamen wat je zegt. Hij zou wel gek zijn om die moorden nu te gaan ontkennen.)

Wat vraagt Matthijs van Nieuwkerk? Naar de bekende weg. Een anecdote, of de essentie van het een of ander, of kun je nog een keer dit of dat doen. En als je dan halverwege het antwoord bent dat Matthijs van Nieuwkerk wilde horen, schiet Matthijs van Nieuwkerk een nieuwe vraag te binnen die hij dan ook maar meteen op je afvuurt, daarbij kruipt hij maniakaal glimlachend tot net voorbij je huig.

Maar o wee als je niet doet wat Matthijs van Nieuwkerk vraagt. Of dat je het net niet doet zoals hij het in gedachte had. Laatst zag ik David Endt bij hem aan tafel zitten. Het ging over het boek dat de persman van Ajax over zijn andere voetballiefde, Inter Milan had geschreven. ‘Er is een magisch woord voor de echte Inter-fan,’ begon Matthijs van Nieuwkerk het verhoor, ‘een woord van elf namen, een woord dat klinkt als een bezwering, elke Inter-fan kent dat woord, dat weet ik, want ik heb zo’n buurman, en als ik hem vraag om het magische woord op te zeggen, dan doet hij dat, dan zingt hij dat, David, jij, als de enorme Inter-fan die je bent, jij, Ajacied in hart en nieren, voor wie Inter die spannende maîtresse is die je zo nu en dan stiekem opzoekt, ik weet dat jij dat magische woord kent, pak die camera en zeg het magische woord.’ Waarop David Endt elf Italiaanse namen opnoemt, de namen van het beste elftal dat Inter Milan ooit heeft gehad. Ergens in de jaren ’60 of zo. David Endt noemt die namen op. Droog. Hij doet wat Matthijs van Nieuwkerk van hem vraagt en hij doet niet wat Matthijs van Nieuwkerk van hem vraagt. Matthijs van Nieuwkerk is diep teleurgesteld in David Endt. ‘Ik had het wat zangeriger verwacht,’ verwoordt Matthijs van Nieuwkerk zijn teleurstelling.

Het lijkt er vaak op dat Matthijs van Nieuwkerk niet doorheeft wat hij aanricht. Zoals toen Frits Spits bij hem te gast was. Frits Spits was er om over zijn boek te praten, maar omdat het een kutboek was, had Matthijs van Nieuwkerk geen zin om over dat boek te praten. In plaats daarvan wenste Matthijs van Nieuwkerk zijn publiek de legendarische DJ die Frits Spits ooit was voor te schotelen. Frits Spits moest zijn kunstje doen. Hij moest voor één keer weer een plaatje aankondigen zoals hij dat vroeger deed en zoals alleen hij dat kon. Er klonk muziek door de ruimte. ‘KONDIG AAN!’, schreeuwde een hysterische Matthijs van Nieuwkerk. Het vreemde was: onder de muziek die klonk was al de stem van Frits Spits te horen. De regie had er voor gekozen om een opname van een aankondiging van Frits Spits door de studio te knallen. ‘Ik hoor mezelf,’ zei Frits Spits wanhopig. ‘MAAKT NIET UIT!!’, schreeuwde Matthijs van Nieuwkerk terug, ‘KONDIG HET NUMMER AAN, ZOALS ALLEEN JIJ DAT KAN!!’ En Frits Spits deed wat hem gevraagd werd. Als een bang schoothondje met obstipatie.

Ik las dat Matthijs van Nieuwkerk ergens werd beschreven als een jazzmuzikant. Improviserend, wendbaar, snel. Hij kon zich daar wel in vinden. Nu hou ik niet zo van jazz. Het probleem met jazz zijn altijd de enorme ego’s die met elkaar vechten om voorrang. De borstklopperij. Maar goed, er bestaat zoiets als goede jazz en daarbij gaat het erom dat de diverse muzikanten naar elkaar luisteren, elkaar aanvullen, elkaar de ruimte gunnen, zodat het geheel groter wordt dan de som der delen. Maar bij Matthijs van Nieuwkerk gebeurt het tegendeel. Matthijs van Nieuwkerk is een middelmatige saxofonist die van zichzelf denkt dat ie Charlie Parker is en die tijdens de door hem georganiseerde jamsessies dwars door iedereen heen toetert. Meneer zet een thema neer, daar wordt beleefd op gereageerd, maar de gastmuzikant heeft er nog amper op kunnen doorborduren of hup, daar introduceert Matthijs van Nieuwkerk het volgende thema alweer. En op de een of andere manier wordt het gepikt.

3 responses

  1. hallo matthijs
    nou je hoeft toch geen inteviewer tedoen
    als je dan niet wil dat gezuur aan je oren
    dat zal ik ook niet doen.
    een keer praten over boeken over kung fu is een keer wat anders
    dan voetballen.

  2. Fijne analyse van een irritant verschijnel..binnenkort weer in dit theater en het is in
    de afgelopen jaren alleen maar erger geworden..ik hoor hem al in de verte:
    ‘ligt NU in de winkel’ ..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *