Limbo

Wij kuierden door meubelparadijs ArenA Boulevard, op zoek naar een bank. Daarvoor hadden wij het duizelingwekkende Inception gezien, van regisseur Christopher Nolan. Daarin doet Leonardo DiCaprio aan bedrijfspionnage door in de dromen van zijn slachtoffers in te breken om zo achter diep weggestopte geheimen te komen.

Ik zal u verder niet vervelen met het verhaal. Daarvoor gaat u maar naar de bioscoop. Of leest u het script. Of de samenvatting op Wikipedia. Of op IMDB. Of op welke andere site dan ook die een samenvatting van Inception heeft gepubliceerd. Of in een krant. Die bestaan nog. Misschien is er zelfs wel iemand bereid om met een stok tijdens eb een samenvatting in het natte zand van Zandvoort tot IJmuiden te schrijven en dat u dan een vliegtuigje huurt en dat u langs de kust vliegt en zo leest waar Inception over gaat terwijl de woorden vervagen door uitlopers van het opkomende zeewater. Wat ik maar wil zeggen: op deze plek leest u verder niks over het verhaal.

Ik wil het wel graag hebben over een concept dat een belangrijke rol speelt in Inception, en dat limbo wordt genoemd.  Limbo komt van limbus dat rand of grens betekent in het latijn. In de middeleeuwen werd het woord gebruikt om de rand van de hel mee aan te duiden. In Dante’s Goddelijke Komedie heet de eerste kring van de hel, het voorgeborchte, limbo. In Nolan’s Inception is limbo een droomlaag. Om dit concept uit te leggen moet je eerst weten dat droomtijd veel trager gaat dan de reële tijd. Wie vijf minuten droomt, denkt in zijn droom dat er een uur verstreken is. Nu kan het voorkomen dat je in je droom droomt. In deze droom in een droom duren die vijf minuten een week. Ook in die droomlaag kun je dromen dat je droomt. En ook in die droom kun je dromen dat je droomt. In deze droom in een droom in een droom in een droom staan die vijf minuten gelijk aan, zeg, 80 jaar. Deze tergend trage droomlaag heet limbo.

Stel je nu eens voor, zo bedacht ik me terwijl ik met mevrouw Molovich door de ArenA Boulevard kuierde, dat je op deze plek terecht komt nadat je in limbo bent beland. Het was de tweede keer dat ik de ArenA Boulevard bezocht. De sfeer was precies hetzelfde. In de winkels is het donker, quasiknus, in de gemeenschappelijke ruimte heerst klinisch licht. De ArenA Boulevard heeft geloof ik nooit goed gelopen. Het is nooit echt druk in de ArenA Boulevard. Desondanks hebben de meeste winkels meerdere mensen rondhangen die de godganse dag niets anders doen dan pretenderen met iets bezig te zijn en die met een zo goed mogelijk verborgen verlangen naar potentiële klanten glimlachen in de hoop dat ze ook maar de geringste aanstalten maken ergens in geïnteresseerd te raken zodat ze er zo achteloos mogelijk op kunnen springen om nooit meer los te laten. Het is als klant zaak om zo ongeïnteresseerd mogelijk langs alle meubelen te lopen.

Er heerst een eigenaardige rust in de ArenA Boulevard. Alles lijkt hetzelfde tempo te hebben. De muzak, de rondlopende mensen, het geroezemoes, de roltrappen. De roltrappen zijn overigens een apart verhaal. Niet elke roltrap rolt naar de volgende verdieping. Sommige roltrappen slaan een verdieping over. Ga je daarop staan, dan word je niet naar de eerste maar meteen naar de tweede verdieping gebracht. Wil je naar de eerste verdieping, dan moet je eerst de verleiding van ik weet niet hoeveel winkels op de tweede verdieping weerstaan, eer je aan de andere kant de roltrap hebt bereikt die naar de eerste verdieping leidt. Een waar doolhof. In limbo, zo stelde ik mij voor, zouden er geen roltrappen zijn die je weer naar de begane grond brachten, zodat je nooit beneden kwam en daarmee nooit uit de ArenA Boulevard. Denk je dat je naar beneden gaat, blijk je op een verdieping erboven terecht te komen.

En daar zouden wij dan door de ArenA Boulevard kuieren, mijn lief en ik, 80 jaar lang. Onze wanhoop zou transformeren in paniek die zou transformeren in gelatenheid. Zo nu en dan zou de wanhoop weer zijn kop opsteken. Wij zouden onze zoon missen die op deze eeuwig wederkerende dag op de kinderopvang zou zitten. Wij zouden alle banken, tafels en bedden op alle mogelijke manieren proberen. Wij zouden een dagelijks babbeltje maken met de verkoper van Sanders Meubelen en elke keer zou hij dezelfde stomme grap vertellen om ons over te halen een tafel te kopen. Wij zouden zo nu en dan een espresso van het merk Segafredo drinken. Wij zouden de roltrappen op en af gaan. En op een gegeven moment, na een jaar of 80, zouden wij besluiten om ons met het hoofd naar beneden van de bovenste verdieping af te storten en wij zouden wakker worden en precies weten welke bank wij moesten kopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *