Großstadt

Mir wird schlecht wenn ich an eine Großstadt denke. Dit zinnetje spookt nu al zo’n 25 jaar door mijn hoofd. Ik las het in een lesboek Duits. Ik kreeg les van mevrouw Fortuyn die naar verluidt dagelijks vlak na het opstaan luidkeels het Wilhelmus zong. Ze kleedde zich als mijn oma. Ze liep ook als mijn […]

Continue reading →

Groots en meeslepend

Voor neonazi’s is 88 codetaal voor Heil Hitler. Twee keer de achtste letter van het alfabet. Dat had Jan mij verteld, een ietwat wereldvreemde schaakfanaat die ik geregeld in mijn stamcafé tegenkwam. Hij werkte in de postkamer van KPN en was al jaren bezig aan een boek waarin hij de relativiteitstheorie van Einstein overhoop haalde. […]

Continue reading →

Pianosnaren

Mijn vader was pianostemmer. Daar heb je weinig aan, als je meereist met een bedoeïenenkaravaan. Het was het enige dat hij miste in al die jaren dat hij over de zeeën en door de woestijnen van deze wereld had getrokken. De meeste mensen missen het eten van hun vaderland, de geuren, de geluiden, mijn vader […]

Continue reading →

You may say I’m a dreamer

Juni in het jaar 2004. Ik ging sigaretten halen op de Jan Pieter Heijestraat. Het was een uur of zes in de middag. J. was jarig dus ik had waarschijnlijk al wat caipirinha’s achter de kiezen. Het café waar ik mijn sigaretten ging halen was een typisch alcoholistencafé. Bevolkt door een kleurrijke verzameling verschoppelingen en […]

Continue reading →

Kater

Als je merkt dat je nog leeft. Nog wel moet leven. Omdat doden geen ridderzwaard door hun kop voelen klieven. Rechtsboven het linkeroog. Honderd keer opnieuw. Als je dat zeker wil weten, en je gaat het tellen. En je raakt de tel kwijt. Ook honderd keer. Als je tegelijkertijd voelt dat het allemaal niet veel […]

Continue reading →

Het terroristenbrein

In de Volkskrant las ik een stuk over het terroristenbrein. In Amerika schijn je een kleine 100.000 academici* te hebben die zich met terroristen bezig houden. En elke minuut verschijnen er drie boeken die het woord terrorisme in hun titel hebben staan. Waar zouden we zijn zonder het kwaad? Ze haalden Hannah Arendt aan die in 1967, toen […]

Continue reading →

The horror, the horror

In Het Hart der Duisternis omschrijft Joseph Conrad Kurtz als een lange, magere, spierwitte gestalte. En tegelijkertijd zwarter dan de schaduw van de nacht. Een schim. Heel anders dan het lichaam waarmee Marlon Brando gestalte geeft aan de poet-warrior, zoals het personage van Dennis Hopper hem noemt. Een schim is hij wel. Maar het is […]

Continue reading →

Weer even heel

Ik zie een broer en zus een liedje zingen. Nog wat onwennig in hun lichaam, maar hun stemmen zijn wonderschoon. Ze zitten aan de keukentafel. Hij met een gitaar, zij met blote benen. Achter hen een koffiezetapparaat, een prullenbak, een broodtrommel. Het is het contrast van die zuivere stemmen met de rommelige keuken. Het is […]

Continue reading →

Sinterklaas bestaat niet

Marjo vloekte in zichzelf en keek naar het eierdoosje met daarin slechts een enkel ei. Hoe kon zo nu ook vergeten dat er niet genoeg eieren waren? Zo kon ze geen pannenkoeken bakken. Achter haar zaten de kinderen aan tafel tekeningen voor Sinterklaas te maken. Niels de oudste geloofde al niet meer, maar hield voor […]

Continue reading →

Woestijnkind

Ik ben geboren in de woestijn. Mijn ouders hadden zich, na jaren van omzwervingen die hen in alle uithoeken van de wereld hadden gebracht, bij een groep bedoeïenen aangesloten die hen, zonder er extra aandacht aan te geven, liefdevol in hun midden hadden opgenomen. Mijn ouders brachten hun eigen kameel mee, dat hielp. Mijn moeder […]

Continue reading →

Oeufs à la Russe

Oeufs à la russe. Dat stond er op de verpakking. Ietwat pretentieus, er zat maar één ei in. Corrrectie: één schijfje ei. Een onnozel, lullig schijfje. Zonder eigeel. Op straat draaide ik het pas gekochte bakje nog even rond, om te zien of er tussen de sla misschien nog meer ei zat. Maar het ene […]

Continue reading →

Blinde vlek

Mijn vrouw en ik zijn er allebei van overtuigd dat de ander meer troep maakt. En slechter opruimt. Het mag geen verbazing wekken dat ik er vrij zeker van ben dat ik gelijk heb. Mijn vrouw is het, eigenaardig genoeg, niet met mij eens is. Sterker nog, meer dan dat ik zeker ben van mijn […]

Continue reading →

Vissen twee punt nul

Ik heb de hel gezien. Het was een vergaderzaal vol met autoverkopers. Ze werden toegesproken door een man in een donkerblauw pak. Glimmend zwart, golvend haar. Als autoverkopers auto’s waren, dan was dit het prototype. De autoverkoper waarmee je op de autoverkopersbeurs gaat staan. Om een glimp van de toekomst te tonen. Hij ging de […]

Continue reading →

Objecten met vilt overtrokken

Het gebeurde altijd ’s avonds, als ik in mijn bed lag, voordat de slaap mij in haar greep kreeg. Ik luisterde naar Villa 65 met Lotje IJzemans, of Jaap Boots of Kees de Koning. The Beastie Boys, Pavement, Radiohead en Dinosaur Jr. stonden op fluisterstand. Hoe stiller mijn gedachten, hoe luider het klonk. Jim Morrison hypnotiseerde […]

Continue reading →

Serieus

Daar liggen ze, mijn kinderen. Naast elkaar in hetzelfde bed. Ieder in hun eigen wereld. Allebei bloedserieus. Al toen ik mijn zoon voor het eerst zag slapen, viel me dat op. Hij lag in een couveuse. Had gepoept in zijn vruchtwater en die poep was op zijn longen terecht gekomen. Hij was niet ouder dan […]

Continue reading →

Rekenen

Mijn kleine zit op de derde kleuterklas, maar verjaart ‘ongunstig’. Dat is typisch iets voor deze moderne tijd; ongunstig verjaren. Tot de ratrace losbarstte, maakte het geen jota uit wanneer je verjaarde. Het is hetzelfde als de nadelige effecten van de klok verzetten, iets dat we ons zelf aandoen. Maar enfin, hij hoort bij de […]

Continue reading →